Tegen de economische trend in deed de Amsterdamse RAI het de afgelopen jaren buitengewoon goed. Hans Bakker, algemeen directeur en drijvende kracht achter het florerende bedrijf gaat volgend jaar met pensioen – hoog tijd voor een gesprek over… tja, over wat niet eigenlijk?

 

Zijn jeugd

‘Ik ben geboren en opgegroeid in Den Haag, in een gegoed milieu toch wel. Mijn vader was directeur van het elektriciteitsbedrijf in Den Haag, later was hij directievoorzitter van de samenwerkende elektriciteitsbedrijven in Nederland, dus we hadden het niet slecht. Ik was de jongste van drie jongens, eigenlijk de belhamel van het stel. Mijn broers begonnen zich op een gegeven moment ernstig zorgen te maken, die zagen het al gebeuren dat ze de rest van hun leven voor mij moesten zorgen. Nou ja, ik had geen zin in leren natuurlijk, deed liever andere dingen. Tot mijn vader me op een gegeven moment toch wist te raken – mijn vader was een wijs man. Zijn woorden maakten indruk, want vanaf dat moment, ik was toen veertien, ben ik wel gaan leren en ging ik van de MULO naar de HBS en daarna door naar de universiteit voor de studie bedrijfseconomie.

Na mijn eindexamen moest ik bijna een jaar wachten voor ik in militaire dienst kon, waarop ik besloot een tijd naar Amerika te gaan. Mijn moeder was er niet zo blij mee, maar mijn vader vond het een uitstekend plan. Eenmaal in Amerika heb ik zelf het initiatief genomen voor een rondreis, in mijn eentje. Ik was negentien, heb een auto gekocht en ben in zeven maanden door vierendertig staten gereden. Ik ben daar wel volwassen geworden, zou je kunnen zeggen.’

 

Zijn carrière

‘Tijdens mijn studie had ik een bijbaan bij de Compagnie Internationale des Wagons-Lits, die met slaap- en ligwagons door Europa reed – de Compagnie bestaat nu niet meer. Dan maak je veel mee hoor, het was een snelkookpan voor wat betreft mijn mensenkennis, dat kan ik je wel vertellen. Als steward op zo’n trein hoor je zoveel verschillende verhalen, heb je met zoveel verschillende mensen en nationaliteiten te maken. Ach, er gebeurde echt van alles in die treinen, het waren de jaren zeventig, dus tja…

Maar goed, direct na mijn studie kreeg ik een baan bij Holland International en toen ging het hard. Het was daar echt pionieren, in die jaren was de reiswereld nog niet zo groot als nu, we moesten alles nog professionaliseren. Ik heb daar in totaal negen jaar gewerkt en dat is misschien het enige waar ik wat betreft mijn carrière spijt van heb, dat ik niet iets eerder weg ben gegaan. Maar steeds als het begon te kriebelen, kreeg ik intern weer de mogelijkheid een stap te zetten, dus wat doe je dan? En ik heb daar gewoon een mooie en leerzame tijd gehad, dus in die zin was het ook goed. Toch adviseer ik jonge mensen altijd niet te lang bij de eerste werkgever te blijven, want voor je het weet ga je denken dat alle organisaties er zo uitzien als dat ene bedrijf.

Na Holland International volgde Transavia, dat was fantastisch. Toen ik daar kwam, was het eigenlijk een volledig charterbedrijf en daar hebben we toen de zonlijndiensten aan toegevoegd. Spannend natuurlijk, want dat was nogal een stap. Maar uiteindelijk is het wel cruciaal voor het overleven van Transavia geweest, want andere bedrijven, zoals Martinair of AirHolland, bestaan als passagiersmaatschappij niet meer. Bij Transavia experimenteerden we uitgebreid met zelfsturende teams, dat was toen heel nieuw en ontzettend vooruitstrevend. Het gekke was dat de medewerkers daar helemaal niet zo op zaten te wachten, er ontstond zelfs weerstand. Het mooie daarvan was dat de samenwerking heel intensief was, het onderlinge contact met de mensen lag op een ander niveau, ging een laag dieper. Dat werd veroorzaakt door die weerstand, ja, want weerstand zorgt ervoor dat er zaken boven tafel komen die anders verborgen blijven. Het was voor mij een heel dierbare tijd.

De jaren na Transavia bij TUI Nederland en TUI Group in Hannover waren wel de zwaarste jaren uit mijn carrière. Ik moest de fusie tussen Arke en Holland International vormgeven; geen sinecure. Twee totaal verschillende bedrijven, het ene een meer corporate georganiseerd bedrijf uit de Randstad, het andere een sterk familiebedrijf uit Twente – zie dat maar eens op elkaar aan te laten sluiten. Wat het echter vooral heel lastig maakte, was het gebrek aan vertrouwen. In een fusie moet je het vertrouwen van de mensen op de werkvloer winnen en daar deed ik alles aan. Als je in zo’n fusie met het management en de OR zaken afspreekt en die afspraken worden kort daarna op internationaal corporate niveau overruled,dan gaat het mis, je verliest dan het vertrouwen van de mensen. Voor mij was het een eenzame periode, ik vond dat best moeilijk. Wat wel hielp, was dat ik veel mensen bij Holland International nog kende uit mijn eerdere periode, waardoor ik daar vaak direct van de werkvloer vernam hoe het er in werkelijkheid aan toe ging. Al met al was het een interessante, maar wel barre tijd.

Nadat het moederbedrijf TUI Group werd overgenomen ben ik vertrokken en heb ik een sabbatical voor mijzelf ingelast, gewoon om mentaal bij te tanken en aandacht aan mijn gezin te besteden. Die laatste jaren bij TUI was ik “de man die thuis op zondag het vlees sneed” en toen ik stopte, maakte ik toch een soort touch-down: van de voorzitter van Raad van Bestuur – met chauffeur en secretaresses – naar helemaal niks; ik ging zelf op de fiets postzegels kopen. Maar ik heb me geen moment verveeld: ik bracht de kinderen geregeld naar school, ik heb een leergang aan Yale University gedaan en meer van die zaken waar ik anders echt niet aan toekwam. En vakanties natuurlijk, want vergis je niet in zo’n sabbatical: je gaat meteen twee keer zo lang met vakantie.’

 

Zijn gezin

‘Drie kinderen hebben mijn vrouw en ik: twee dochters van 23 – een tweeling, en een zoon van 21. Allemaal al het huis uit, maar ze gaan nog steeds met ons mee op vakantie. Prachtig, nietwaar? Ik weet niet hoe lang het nog zo blijft hoor, en welke bestemmingen we uit de kast moeten trekken om ervoor te zorgen dat ze mee blijven gaan. Maar voor nu genieten we ervan. Ja, we zijn een hecht gezin, de kinderen komen nog altijd geregeld thuis. Mijn vrouw heeft na een carrière in het bedrijfsleven een jaar of tien voor de kinderen gezorgd en zich daarnaast op allerlei manieren maatschappelijk ingezet. Recent is ze wethouder geworden in onze gemeente, heel fascinerend!Ik ben blij dat de kinderen het goed doen. Onze zoon heeft, net zoals ik vroeger, iets meer tijd nodig om zijn weg te vinden en ik blijk als vader niet die overtuigingskracht te hebben gehad die mijn vader wel had. En ik begrijp ook wel dat de verleidingen van het studentenleven soms moeilijk zijn te weerstaan. We hebben geen zorg, want het is goed voor zijn maatschappelijke ontwikkeling en hij gaat het vast goed doen.’

 

Zijn RAI

‘Toen ik hier kwam werken, haalde de RAI 75 procent van zijn omzet uit het binnenland en de overige 25 procent uit het buitenland. Dat is nu nagenoeg andersom en dat is vanaf mijn aantreden hier ook mijn bedoeling geweest, daar heb ik vol op ingezet. Ik vind dat de RAI in een internationale markt moet concurreren, met Barcelona en Parijs, niet met Rotterdam of Utrecht. Ja, het is mooi dat dat gelukt is. Juist die omslag is ook de reden van de goede cijfers: wij zijn daardoor veel minder afhankelijk geworden van de Nederlandse economie.

RAI Amsterdam moet blijven vernieuwen, blijven investeren, dat vind ik heel belangrijk. Eerder dit jaar hebben we in dat kader het Amtrium geopend, een multifunctioneel beurs- en congresgebouw met congres-, beurs- en kantoorfunctie gecombineerd. Vijf jaar terug openden we het Elicium waarin we nu zitten en we zijn gestart met de bouw van een grote multifunctionele parkeergarage, waarbij één vloer ook als beurs- en congresruimte kan worden gebruikt. Vernieuwen zit ‘m overigens niet alleen in investeren, maar ook in nieuwe dingen toevoegen. Zo had iemand het vanmorgen nog over die kilometers tapijt die er hier doorheen gaan, of dat niet anders zou kunnen. Op zich wordt het allemaal wel gerecycled, maar toch, het kost veel geld. Nou, zeg ik dan, schrijf een prijsvraag uit en laat een paar start-upbedrijfjes meedoen, laat anderen meedenken, wie weet wat daar uitkomt! Ja, dan kijken ze me wel gek aan: meent-ie dat nou? Natuurlijk meen ik dat! Zo moet je nieuwe ontwikkelingen ook binnenhalen, want binnen je eigen bedrijf krijg je dat niet voor elkaar, dan mis je de kennis en inzichten van buiten. Vergelijk het met de ontwikkeling in de luchtvaart: de luchtvaartmaatschappij die is opgericht door de pionier met een passie voor luchtvaart ziet er totaal anders uit dan de maatschappij die is opgericht door iemand die simpelweg de klant zo snel en zo goedkoop mogelijk van A naar B wil vervoeren en met dat doel voor ogen in de luchtvaart terechtkomt.

Nadenken over en bezig zijn met vernieuwingen geeft mij energie, nog steeds. Ik ben een nieuwsgierig mens, ik lees dagelijks vijf kranten. En inderdaad, als ik zo terugkijk, dan is dat wel de rode draad in mijn carrière: nieuwe mogelijkheden verkennen en op nieuwe manieren gebruikmaken van bestaande mogelijkheden.

 

Zijn pensioen

‘Ik weet niet of ik op de eerste dag van mijn pensioen heel anders opsta. Ik zie er niet tegenop, ben je gek! Door de ervaring van mijn sabbatical weet ik al dat ik me niet zal vervelen. Bovendien vervul ik nog altijd een tiental nevenfuncties bij verschillende bedrijven en organisaties en die gaan gewoon door. Waar ik naar uitkijk, zijn de vrije avonden en weekenden. Nu zijn mijn dagen van ’s morgens tot ’s avonds gevuld en dat zal straks anders zijn. Dat lijkt me heerlijk, niet meer zo op de klok leven, geen kopstaartagenda’s meer. Ik heb er enorm van genoten, dat meen ik echt, maar nu is dat wel mooi geweest.

Nee, ook tegen het afscheidsmoment zie ik niet op, helemaal niet. Ik heb hier veertien jaar met heel veel plezier gewerkt, het bedrijf staat er goed voor en nu is het tijd voor een nieuwe en frisse wind. Wat ik wel ga missen, is het dagelijkse contact met de mensen. De gesprekjes tussendoor, op de gang, op de beursvloer. Dat contact is nodig, ik wil voeling houden met wat er gebeurt en wat er leeft. Maar ook in de mensen zelf ben ik geïnteresseerd; even aan iemand vragen waar-ie mee bezig is, wat-ie vandaag heeft gedaan. Ja, dat ga ik missen.’

 

Zijn opvolger

‘Ik heb geen idee wie mij gaat opvolgen, daar houdt de Raad van Commissarissen zich mee bezig en dat doen ze vast heel goed. Wat ik mijn opvolger toewens, los van succes? Ik hoop dat hij een weg vindt voor het vraagstuk waar vandaag de dag eigenlijk ieder bedrijf in onze sector mee worstelt: hoe vind je de balans tussen de virtuele en de fysieke ontmoeting, hoe zorg je ervoor dat die twee dingen elkaar op een rendabele manier ondersteunen en versterken? Ik ben ervan overtuigd dat de fysieke ontmoeting zoals we die hier faciliteren, niet zal verdwijnen. Mensen willen elkaar ontmoeten, met elkaar iets beleven en dat zie je ook in de zakelijke wereld. Je ziet het aan de beursstands: die worden kleiner, omdat er minder producten worden getoond. Daar staat tegenover dat de inhoudelijke component juist belangrijker wordt: mensen willen elkaar spreken, elkaar in de ogen kijken – is er een klik, klopt het advies, heeft die ander er echt verstand van? Dat persoonlijk contact is voorlopig niet zomaar digitaal te vervangen, maar je kunt de fysieke ontmoeting wel verrijken met digitale toepassingen. De vraag blijft hoe je fysieke en virtuele ontmoeting op een goede en winstgevende wijze samenbrengt. Ik wens mijn opvolger toe dat hij daar voor de lange termijn de goede antwoorden op vindt.’

gepubliceerd in Events, najaar 2015

 

In gesprek met directeur RAI Amsterdam
Getagd op:            

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *