Misschien rijd je nog op een prachtig tweedehandsje. Of heb je na twee jaar toch wel het gevoel dat je het uiterste uit je eerste racer hebt gehaald. Hoe dan ook: het is tijd voor een nieuwe! Maar op het moment dat je dat besluit, begint de ellende…

‘Wel aluminium doen hoor, veel steviger dan die tere carbonkarretjes.’ ‘Man, één keer op je plaat en je kan ‘m weggooien!’ ‘Nee, nee, geen 105, ik zou echt voor de Dura-Ace gaan.’ ‘Ben je gek zeg, je koopt toch een Italiaan? Dan moet er Campa op, barbaar!’
En ondertussen spit je al die websites door, van de ene mening naar de andere tip. Fietsvrienden en -vriendinnen bestoken je met goedbedoelde raad en bladerend door Fiets begin je nog net niet te kwijlen: de ene fiets is echt nog mooier dan de andere. Maar ja, de euro’s groeien niet aan de boom. Dus wat is een goede fiets als je zo’n duizend euro stuk mag slaan? En waar moet je vooral op letten? Fietsenmaker Frank van den Heuvel – eigenaar van DallaCollina Cycling in Amerongen – staat erom bekend dat hij geen blad voor de mond neemt. Een prima eigenschap, zeker als je door de bomen het bos echt niet meer ziet. Tijd dus voor een ritje naar Amerongen.

Verlengstuk
Waar gaan we vanuit, is zijn eerste vraag. Ah, daar begint het natuurlijk, want inderdaad: waar ga je vanuit? Waar fiets je het liefst, hoe vaak fiets je en hoe lang rijd je dan, wat wil je met je fiets en wat is je budget zo ongeveer? Iedere goede fietsenmaker begint met deze vragen, vindt Frank van den Heuvel. ‘Dat is de basis en het is aan de fietsenmaker die te combineren met de wensen van de fietser.’ Zijn ervaring is dat er drie verschillende kopers zijn: de praktische koper, de koper met de verlanglijst en de functionele koper. De praktische koper schaft een tweedehands fiets aan en de koper met de verlanglijst wil een fiets die op z’n minst de uitstraling heeft van de wérkelijk gewenste fiets (die dus veel te duur is). En de functionele koper? ‘Dat is heel vaak een vrouw. Nou ja, dan generaliseer ik natuurlijk wel een beetje, maar grosso modo komt het hier wel op neer. Vrouwen vinden uiterlijk en onderdelen van de fiets vaak minder belangrijk.’ Grinnikend: ‘Sommige mannen zijn toch meer op zoek naar dat bekende ‘verlengstuk’.’

Meten en kijken, kijken en meten
Zoveel fietsen, zoveel adviezen en dus ook zoveel valkuilen. Je blindstaren op de groepen (drivetrain) is er een van, je verlekkerd verheugen op die ene bloedmooie fiets is ook een beruchte. Het uiterlijk is belangrijk, de groepen zijn dat zeker ook, maar de zoektocht moet er niet mee aanvangen, vindt Van den Heuvel. ‘De maatvoering, dat is er eentje waar nog wel eens te licht mee wordt omgesprongen. Geometrie is belangrijker dan menigeen denkt. En voor de consument gaat het dan vooral om de hoogte en lengte van het frame, de andere maten zijn vooral interessant voor de fietsenmaker. Sterker nog: al die verschillende maten die je vaak in fietsbladen en op de websites van de fabrikanten ziet, zijn voor de consument alleen maar verwarrend.’ Maar waar moet je dan wel op letten? Ja, je binnenbeenlengte natuurlijk, want die bepaalt de hoogte van het frame. Toch is dat niet het enige: ook je eigen flexibiliteit is een factor van betekenis. ‘Iemand die heel flexibel is, zit wellicht beter op een groter frame dan je op basis van zijn binnenbeenlengte zou denken.’ Van den Heuvel vindt het daarom belangrijk dat fietsenmakers goed kijken naar hóe de klant op zijn fiets zit. ‘De flexibiliteit van het lichaam is namelijk minstens zo belangrijk, soms zelfs belangrijker. Hoe ver buig jij voorover, hoe diep wil en kan je zitten, welke zit past bij de flexibiliteit van jouw lichaam? Dát is de taak van de fietsenmaker, om dat samenspel te achterhalen en op basis daarvan te adviseren.’
Wil je het tot in de puntjes perfectioneren of heb je snel last van pijntjes, dan is een dynamische fietspositiemeting aan te raden. Deze metingen worden in de meeste gevallen door sportartsen of fysiotherapeuten uitgevoerd. Zij zetten je op een fiets en nemen je al fietsend op, waardoor ze met behulp van speciale computerprogramma’s kunnen zien wat de ideale instellingen van je fiets ten opzichte van je lichaam en de functionaliteit van je lichaam zijn.

Maak de juiste combi (1)
De volgende vraag is er een waarvan het belang volgens Van den Heuvel dan weer schromelijk wordt overschat. De groep. Jawel, hij zegt het echt, en hardop ook nog: ‘Het belang van de groep wordt overschat.’ Hij gaat er eens goed voor zitten en legt dan uit wat hij bedoelt: ‘Heel veel fietsers kijken naar de groep waarmee ze fietsen of willen fietsen. Men kijkt vaak niet naar de combinatie van frame en wielen, terwijl het daar juist om draait. Als je voor tweeduizend euro een complete racer met carbon frame en Ultregra koopt, kun je wel nagaan dat de wielen de sluitpost zijn. En dat is zonde, want het comfort van je fiets wordt bepaald door de combinatie van frame en wielen en niet door de groep die je hebt. Als je een goed frame combineert met goede wielen, maakt het voor het rijden niet uit of je er nu 105 of Dura-Ace op zet. De verschillen die daar nog tussen zitten, zijn voor de mensen die echt op hoog niveau rijden. De gemiddelde fietser gaat er echt niet beter of harder door rijden.’

Maak de juiste combi (2)
Zo, dat weten we ook weer. Door naar het volgende aspect: de torsiestijfheid. De wat? De torsiestijfheid; een vast onderdeel van iedere fietstest. Maar wat is het eigenlijk? Het blijkt eenvoudiger dan gedacht: torsiestijfheid wil gewoon zeggen hoe stijf je frame is. Wanneer je kracht op de pedalen zet, maakt je frame zijwaartse bewegingen. Hoe kleiner die beweging, hoe stijver het frame en – niet verrassend als je er goed over nadenkt – hoe minder comfortabel de fiets. Tegelijkertijd betekent een hoge torsiestijfheid wel dat de fiets strak reageert op jouw bewegingen en beter is te sturen. En het gebrek aan comfort is te compenseren, vertelt Van den Heuvel: ‘Een comfortabeler zadel en banden van 25 millimeter in plaats van 23 millimeter; dat maakt nogal wat uit. Heel veel mensen zeggen dat een frame met een hoge torsiestijfheid absoluut beter is, maar dat is niet zonder meer waar. Het gaat opnieuw om de combinatie. Een superstijf frame vraagt ook om stijvere schoenen plus daarop afgestemde wielen, anders ben je het hele effect van die stijfheid meteen alweer kwijt. En bovendien moet je je altijd afvragen of zo’n stijf frame wel bij jou als fietser past. Sprintkanonnen als Cavendish en Kittel, die hebben er wat aan. Maar ranke klimmers als Gesink of Kelderman zijn juist gebaat bij wat meer comfort, omdat dat bergop nu eenmaal beter rijdt.’ Overigens kan een frame ook weer té comfortabel zijn: duikt het cijfer van de torsiestijfheid onder de 70, dan heb je een probleem. Op het gladde asfalt is er nog niets aan de hand, maar kom je onderweg een paar van die gezellige Hollandse klinkerweggetjes tegen, dan moet je de lippen goed op elkaar persen om te voorkomen dat de vullingen je uit je mond rammelen…

Carbon. Of niet…?
Carbon, aluminium, staal, titanium; nog zo’n hachelijk discussiepunt. De keuze voor een frame is allereerst afhankelijk van je budget. Even generaliserend gaan we er in dit verhaal dus van uit dat de fietser die een opvolger voor z’n tweedehands Marktplaatskarretje zoekt, daar niet meteen een paar duizend euro tegenaan wil gooien. Geen probleem: voor zo’n duizend tot twaalfhonderd euro koop je een uitstekende racefiets waar je jaren plezier van hebt. Voor welk materiaal kies je dan? Voor carbon, zegt Van den Heuvel stellig. ‘De laatste jaren zijn prijs en kwaliteit van de carbon frames goed op elkaar afgestemd. En carbon rijdt vaak comfortabeler.’ Toch kleven er ook nadelen aan carbon. Carbon repareren is goed mogelijk, maar, zo waarschuwt de technische redactie van Fiets, de fiets keert er niet mee in nieuwstaat terug. Heel simpel gezegd is carbon opgebouwd uit verschillende lagen die tezamen de sterkte van het frame bepalen. Een scheur ondermijnt die sterkte en die is met een reparatie niet volledig terug te brengen, omdat een reparatie de samenhang van die lagen niet kan herstellen.

Staal dan maar…?
Dan het stalen frame – is dat een optie? Je moet het in ieder geval geen probleem vinden je fiets regelmatig tegen roest te beschermen. Een stalen frame is over het algemeen wat zwaarder en vanwege het gewicht van het materiaal is de vormgeving vaak eenvoudig en strak. Verder is staal goed te repareren.
Rondkijkend in de prijsklasse tot zo’n twaalfhonderd euro zit je met een aluminium frame erg goed. Aluminium is licht en sterk, maar wel heel stijf. Om die stijfheid te compenseren en het comfort van de fiets te vergroten, rusten veel fabrikanten aluminium fietsen uit met een carbon voorvork en zadelpen. Aluminium is wel weer lastiger te repareren.
Dan nog iets over titanium, want ja: schitterend mooi en nog duurzaam ook. Volgens veel technische tests is titanium het meest geschikte materiaal voor een fiets: supersterk, licht, schokabsorberend, goed te repareren en voor roest hoef je ook niet bang te zijn. Ben je echter niet van plan meer dan twaalfhonderd euro uit te geven, dan kun je titanium beter nog maar even buiten beschouwing laten. Titanium is duur spul en zelfs als je een frame uit China haalt, lopen de totale kosten van een compleet afgemonteerde fiets hard richting de tweeduizend euro. Dat je daarmee wel een fiets ‘voor het leven’ hebt, is een overweging die je vooral zelf moet maken.

Voor de meisjes
Wij fietsende meisjes hebben nog een extra keuzemogelijkheid: een damesframe of een herenframe? Wie echter wel eens naar Marianne Vos en haar collega’s kijkt, is het misschien al opgevallen: in het damespeloton zie je geen damesframes. Een slimme marketingtruc, die speciale damesframes? Van den Heuvel knikt: ‘Pure marketing!’ Waar de dames wel op moeten letten, zijn zadel en stuur. ‘Het stuur moet niet te breed zijn, je vingers moeten goed bij de remmen en shifters kunnen en een speciaal dameszadel is in de meeste gevallen geen overbodige luxe. Die zadels zijn wat breder, omdat de zitbotjes van vrouwen nu eenmaal wat verder uit elkaar staan.’

Huiswerk
Voor je daadwerkelijk bij je fietsenmaker naar binnen stapt, is het zaak wat dingen op een rijtje te zetten. Huiswerk vooraf dus:
• Bedenk wat jouw overtuigingen zijn. Ben jij er zelf van overtuigd dat Ultegra top is? Dan moet je je budget daarop aanpassen, want een fiets met een andere groep zal je nooit zo veel moraal geven als die ene met Ultegra.
• Wat voor fietser ben je en wat voor fietser zou je willen worden?
• Zijn er dingetjes aan je huidige fiets die je irriteren?
En de allerbelangrijkste: zoek de fietsenmaker die bij je past en die je vertrouwt. Van den Heuvel: ‘Laat je niet gek maken door al die verhalen, adviezen en tests. Iedere fietser is anders en wat voor de een fantastische fiets is, kan voor de ander op een totale miskleun uitlopen. Het is aan de dealer om jouw wensen en mogelijkheden en de kwaliteit van je fiets bij elkaar te brengen zodat je met de voor jou beste en mooiste fiets wegrijdt.’

Nog even over zweet en ander bacteriologisch gespuis
Zweten is goed voor je lijf en als je met een droge rug huiswaarts keert, heb je gewoon niet hard genoeg gefietst… Maar zweet zorgt er ook voor dat je fietsuitrusting slijt – en dan hebben we het niet alleen over je fietsbroek! Een paar overwegingen:
Na vier tot vijf jaar intensief gebruik is je helm aan vervanging toe. Reden: zweet trekt erin, je fietst ermee door hitte en kou en als gevolg daarvan droogt de helm in de loop van de tijd uit waardoor hij poreus wordt en sneller breekt.
Je stuurlint vervang je drie tot vier keer per jaar. Want inderdaad, dat lintje neemt zweet op en is dan ook een heerlijke broedplaats voor bacteriën. Beeld je in: een kleine schuiver, een schaafwond aan je hand en dan dat stuurlint boordevol griezelige bacteriën. Meer hoeven we niet te zeggen, toch?
Wielerbroeken zijn na een jaar intensief gebruik echt aan het eind van hun Latijn. De zeem neemt geen bacteriën meer op en je hebt er dus niets meer aan. Wissel je regelmatig van broek, dan doe je er natuurlijk langer mee. Nog een tip voor een goede broek: check of de stof horizontaal en verticaal rekbaar is. En besef dat je lijf went aan kwaliteit. Draag je altijd de wat betere broeken en koop je plots een goedkoop floddertje, dan zal je lichaam je dat niet in dank afnemen!
Onderkleding is bedoeld om je huid droog en comfortabel te houden, maar ook dat houdt een keer op: na een jaar of twee tot drie is de stof echt uitgerangeerd. Wil je lekker rond blijven fietsen, is een nieuw ondershirtje op zijn tijd wel nodig.
Voor schoenen geldt dat ze normaal gesproken een behoorlijk aantal jaren mee gaan – natuurlijk tenzij je ermee onderuit gaat. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Fiets – maart 2015

De valkuilen van de nieuwe fiets | Fiets
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *