Toen hij als jongeman stof lag te verzamelen op de ouderlijke sofa, was zijn moeder er snel klaar mee: aan het werk met dat lijf! En dus ging Jacques Does aan het werk. Wie toen had gezegd dat hij op een dag directeur van het toonaangevende The Security Company zou zijn, zou voor gek zijn verklaard. Maar Jacques werd het wel. Met een compagnon en een geheel eigen kijk op beveiliging en crowd management.

Of ik dat wil, de directeur van een beveiligingsbedrijf interviewen. De vraag is nog niet gesteld of ik zie ze voor me. Kleerkasten, twee meter hoog, twee meter breed. Het kringelsnoertje dat van oor in overhemdboord verdwijnt, de grote handen die m’n tas doorzoeken, de onderzoekende blikken en dan het knikje: in orde. En bij welk evenement je ook komt, altijd staan ze met de rug naar de plek waar het gebeurt. Frustrerend lijkt me dat; al die uitgelaten types die uit hun dak gaan om iets wat jij dus helemaal niet ziet. Of zijn ze zo gehard dat ze die frustratie niet voelen? Ik schrijf de vraag vast op en mail terug dat ik die directeur graag wil interviewen.

Vooroordelen
Jawel. Jacques Does is groot. En breed. Grijze krulletjes boven een vrolijk gezicht. Zijn handdruk is droog en stevig, zoals het hoort. Een bijpassende zware stem, het accent onmiskenbaar Amsterdams. In zijn kantoor hangen grote afbeeldingen van zwarte soulartiesten en ook in de wandelgangen van TSC zijn de muren opgesierd met mooie close-ups van muzikanten. Achter de ontvangstbalie een enorm houten paneel met daarop een uitvergroting van dat wat hier het belangrijkst is: zorgeloos genietend publiek dat helemaal opgaat in wat er op het podium gebeurt. ‘Zo vergeten we nooit voor wie wij hier met z’n allen zo hard werken’, zegt Jacques Does.
Het verhaal Jacques Does laat zich lezen als dat van een romanfiguur die na een min of meer mislukte schoolcarrière lijkt te zijn voorbestemd voor allerhande hapsnapbaantjes in de marge van de arbeidsmarkt. Jacques Does schreef echter een ander scenario. Of zijn huidskleur daar een rol in heeft gespeeld, durft hij niet direct te zeggen. Een extra drijfveer misschien? ‘Ik weet het niet, misschien dat het me wel wat meer bewijsdrang heeft opgeleverd. Kijk, ik heb heus wel eens te maken met vooroordelen. Ook in de beveiligingsbranche komen ze voor, net als in iedere andere branche. Maar ik realiseer me wel dat het vooroordelen zijn, niet op feiten gebaseerd. Onbewuste angsten, waarschijnlijk gevoed door de media.’ En denk trouwens niet dat hij zelf roomser is dan de paus: hij heeft twee dochters en we mogen er rustig van uitgaan dat hij straks ook wel wat vooroordelen heeft als er een gozer aan de deur staat. Het is mens-eigen, denkt hij. ‘Het gaat er vooral om hoe je ermee omgaat. Moet ik rottigheid uithalen om de vooroordelen te bevestigen? Of ga ik er alles aan doen om ze te weerleggen? Ik kies voor dat laatste.’ Kom bij hem dus niet aan met zielige verhalen en mensen die in de slachtofferrol vervallen; hij kan er helemaal niks mee en hij wil er ook helemaal niks mee. Mensen die zeggen dat het niet lukt omdat de samenleving buitenlanders geen kansen biedt? Onzin! Je moet gewoon wat beter je best doen en laten zien dat het anders kan. Binnen TSC werkt het ook zo. ‘We hebben hier alle religies, alle nationaliteiten. Dit is een open bedrijf, hier doen we wat in de Nederlandse samenleving niet lukt: iedereen werkt met elkaar samen, krijgt dezelfde kansen. We zijn een team. Hoe dat komt? We hebben een gemeenschappelijk doel, zo simpel is het. Iedere medewerker snapt op zijn eigen manier dat wij er zijn om het veilig te maken voor een ander. Dat kun je niet alleen.’ Van positieve discriminatie moet Does dus ook niets hebben. ‘Ben je gek! Dan krijg je een baan, niet omdat je goed bent in wat je doet, maar omdat je een kleurtje hebt of vrouw bent. Zo werkt het niet, wat mij betreft. Wij hebben verschillende vrouwelijke leidinggevenden op de werkvloer. Die functie hebben ze puur en alleen te danken aan het feit dat ze hun werk ontzettend goed doen. Niks meer, niks minder.’

Hard werken
In zijn jeugd dreef Does zijn moeder regelmatig tot waanzin. Ze was onderwijzeres en in de jaren zestig naar Nederland gekomen. Het waren de jaren waarin onderwijzers – net als de dokter en de notaris – het nodige aanzien hadden en dat was in de Surinaamse gemeenschap in Amsterdam niet anders. Tot haar grote frustratie had de kleine Jacques wel haar doorzettingsvermogen maar niet haar liefde voor onderwijs geërfd. Na de mavo was hij er wel klaar mee en na wat baantjes trok hij het groene uniform aan om zijn dienstplicht te vervullen. Toen hij die had afgerond, wist hij het even niet meer. Maar zijn moeder had met lanterfanten weinig op en zijn vader was het daar geheel mee eens. Ga wat doen, zei moeder Does, houd op met stof verzamelen. Er kwam een ultimatum achteraan: de dag dat hij zou stoppen met werken zou de dag zijn waarop hij op straat stond. Zonder dak boven zijn hoofd. Does lacht bij de herinnering: ‘Nu begrijp ik dat wel. En vergis je niet, Surinaamse moeders bepalen de maat in huis. Toen ik net werkte, gebeurde het wel eens dat ik de telefoon niet opnam omdat ik geen zin had in een avonddienst. Nou, dan belden ze m’n moeder. Een van m’n chefs was ook Surinamer, die wist precies hoe het werkte. En ik deed die avonddienst. Ja, wat denk jij dan!’
Hij kwam bij beveiligingsbedrijf VNV terecht, als beveiliger. ‘Twee nachten heb ik op de fiets gezeten, omdat de surveillant die mij inwerkte geen rijbewijs noch enig idee van de autoroutes had. Sloeg natuurlijk nergens op. Die man reed rond met zo’n grote tas op zijn heup, vol met sleutels van alle panden, plus een grote zaklantaarn.’ Zelf stapte Does dus meteen in de auto. En toen hij tien jaar later bij VNV wegging, was hij manager van de surveillance en verantwoordelijk voor Noord-Holland en Utrecht. Zijn carrière heeft hij mede te danken aan een aantal chefs die hij in die eerste jaren ontmoette. Mensen die wat in hem zagen en hem aanspoorden diploma’s te halen en managementtrainingen te volgen. Dat deed hij, het zou hém niet gebeuren dat hij straks onder zo’n onervaren broekie van het HBO moest werken. Maar dat gebeurde uiteindelijk toch, toen VNV een grote reorganisatie doorvoerde. Does vertrok en ging als freelance docent aan de slag bij Minerva, aanbieder van opleidingen in recherche- en beveiligingswerk. De grap ontgaat hem niet. ‘Ik, voor de klas! Geloof maar dat ik mezelf af en toe herkende in die gasten daar. Geen zin hier, smoesje daar; ik had de grootste lol.’ Bij Minerva bleek ook de kiem voor TSC te liggen. Gerard van Duykeren werkte er namelijk ook als docent en al gauw vonden de twee tegenpolen elkaar. Eerst door klassen van elkaar over te nemen, daarna door samen projecten als het North Sea Jazz en Drum Rhythm te doen, onder de vlag van Event Security Holland (ESH), de beveiligingspoot van Mojo. Uiteindelijk is daar dus in 1994 TSC uit voortgekomen, vertelt Does. Bij ESH zat hij direct op zijn plek. ‘Daar ging het erom dat je deed waarvoor je werd ingehuurd. Gewoon hard werken, dat diploma was veel minder interessant. Neger dit, Amsterdammer dat; zulke dingen speelden helemaal geen rol. Die mentaliteit hebben we bij TSC nog steeds.’

Disneymodel
In beveiligingsland is veel veranderd, vindt Does. Strengere regelgeving en – mede als gevolg van de crisis – lagere marges: TSC moet meer meters maken voor dezelfde omzet. Het is een echte inkopersmarkt geworden, constateert hij. ‘Men vergelijkt op prijs, soms word je tegen elkaar uitgespeeld. En om te overleven gaan sommige bedrijven toch net even iets ruimhartiger met de regels om.’ TSC doet daar niet aan mee: de grootste speler in de markt heeft een goede naam hoog te houden.
En er is meer veranderd. Waar Does en zijn collega’s twintig jaar geleden nog werden uitgelachen vanwege hun “service with a smile”-concept, zijn er nu steeds meer bedrijven die deze vriendelijke benadering omarmen. ‘Vroeger zeiden sommige beveiligers: ‘Hoezo smile? Die gasten moeten zich gewoon gedragen, anders vliegen ze eruit!’ Nu zie je dat gastheerschap echt is opgekomen. Maar wij doen dat dus al jaren. Wij kijken ook al jaren naar het Disneymodel. Het verbaast mij nog altijd: in Aziatische landen wordt service als een positieve waarde erkend en hier zien we het als zwakte. Al dat plastic gedoe, zeggen we dan. Tegelijkertijd vinden we het wel leuk als iemand ons een prettige dag wenst. Wat maakt het dan uit als dat plastic is? Het is toch simpelweg veel beter dan ‘Wat kom je hier doen?’. Het neemt niks van je weg, sterker nog: het maakt je werk alleen maar leuker. Ik geloof dus niet in brute kracht, want er is altijd wel iemand groter, breder en sterker dan ik. Ik geloof in vriendelijkheid. Het psychologisch model achter het sturen van groepen op basis van vriendelijkheid is wezenlijk anders. Een voorbeeld? Stel, jij komt ergens binnen en de beveiliger begroet je, kijkt je even aan en zegt dan “Nou jongedame, fijne avond hoor, geniet ervan!”. Drie minuten later zie jij diezelfde beveiliger iemand vastpakken en meenemen. Dan denk jij: Die gast zal wel wat geflikt hebben, want die beveiliger was net echt hartstikke aardig. Maar als de beveiliger jou bij de ingang onvriendelijk bejegent en even later iemand in de kraag vat, denk jij iets heel anders: Tegen mij was-ie ook al zo onbeschoft, wat een akelig type zeg. En dan ook nog zo’n arme kerel bij de kladden grijpen! Vergis je niet, dat soort mechanismen heb je niet eens in de gaten. Maar zo werkt het wel.En weet je wat het ook is? Degene die uit is op rottigheid, voelt zich ongemakkelijk als hij bij de ingang vriendelijk wordt bejegend en aangekeken. Die voelt zich plotseling bekeken. Het is allemaal psychologie: het identificeren, het erkennen en herkennen van mensen leidt tot een afname van afwijkend gedrag. En ons werk wordt er leuker van. Wie wil dat nu niet?’
Als ik later achter m’n bureau zit, realiseer ik me dat ik nog steeds niet weet of beveiligers dat niet frustrerend vinden, al die fun die zich áchter hun brede ruggen afspeelt. Nou ja, die vraag bewaar ik dan maar voor een concert; dan kan ik het de beveiligers zelf vragen.

Over The Security Company
Het in Utrecht gevestigde The Security Company wordt geleid door Jacques Does en Gerard van Duykeren. In Nederland is TSC marktleider in evenementbeveiliging en crowd management. De onderneming telt honderd werknemers en zo’n vijftienhonderd oproepkrachten; samen zorgen deze mensen voor beveiliging en crowd management tijdens festivals, concerten, sportevenementen en andere grote evenementen. Daarnaast voorziet TSC in diensten als objectbeveiliging, hospitality, verkeersbegeleiding, brandpreventie en algehele adviestrajecten. De TSC Academy vormt de opleidingstak van het bedrijf.

Gepubliceerd in Events – november 2014

‘Gewoon wat beter je best doen’ | Events
Getagd op:                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *