De atmosfeer zindert, in de verte liggen de koeien in de schaduw van de bomenrij. Op het erf staat de boer, hij slaat het gade. Slaat het op in zijn geheugen, dit moment, de lucht die trilt, het gras net gemaaid, de fietsers op de weg langs zijn boerderij. Hij draagt een pet, de boer. Niet omdat hij anders verbrandt, maar gewoon, omdat de pet nu eenmaal bij hem hoort, zonder zijn pet voelt hij zich bloot, naakt. Hij heeft de mouwen van zijn overhemd twee slagen omgevouwen, zijn verbond met de warmte. Verder doet hij er niets aan, aan de zomer. De werkbroek is elke dag hetzelfde, de laarzen, het overhemd- hetzelfde. En de pet. Die ook. Dat andere mensen het anders doen, ontgaat hem niet. Hij ziet de benen, de armen, het bloot. Wit bloot. Het kan hem niet bekoren. Zou iemand het hem vragen, dan zou hij zeggen dat zijn koeien ook altijd hetzelfde dragen, verzengende hitte, doordringende kou, het maakt ze niets uit. Het maakt hem ook niets uit. Hij slaat slechts gade. Zonder dat iemand hem iets vraagt.

Zinderend

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *