IMG_1147Toen hij zo’n dertig jaar geleden het bedrijf van zijn vader overnam, was een faillissement bijna onafwendbaar. Toch hield hij het bedrijf overeind. Sterker nog: tegenwoordig is de Libéma Groep een van de grootste leisure-organisaties van het land en heeft zo ongeveer iedere Nederlander er wel een keer geld uitgegeven. De plannen die directeur Dirk Lips dertig jaar geleden aan het papier toevertrouwde, vormen nog altijd zijn belangrijkste leidraad.

Dirk Lips, de directeur en grootaandeelhouder van Libéma komt keurig op tijd aangereden. Hij doet dat in een inmiddels niet meer zo piepjonge en Spartaans uitziende Landrover en weerspreekt daarmee meteen al het cliché dat een plekje in de Quote 500 garant staat voor een auto ter waarde van een gemiddeld rijtjeshuis. Verfrissend. Wanneer hij even later wordt gecomplimenteerd met het prachtig verbouwde Congrescentrum 1931 – voorheen de veemarkthallen van ’s-Hertogenbosch – glimlacht hij op een manier die verraadt dat complimenten ontvangen niet zijn sterkste kant is. Opnieuw verfrissend.

Libéma is met ruim twintig bedrijven een van de grootste leisurebedrijven van Nederland, met namen als het Safari- en Vakantiepark Beekse Bergen, het onlangs aangekochte Aviodrome en evenementen- en congreslocaties als de IJsselhallen en de Brabanthallen. Het bedrijf telt negenhonderd medewerkers, maakt een omzet van tachtig miljoen euro en ontvangt jaarlijks meer dan 5,1 miljoen gasten. Geen geringe cijfers dus. Toch vormen die mooie cijfers niet eens Lips’ grootste succes, zal hij in de loop van het gesprek vertellen. Dirk Lips blijkt zo zijn eigen kijk op zijn rol in het succes van Libéma te hebben.

Duidelijk plan
Dertig jaar geleden nam Dirk Lips Autotron over van zijn vader. Het bedrijf was op sterven na dood, maar Lips junior had er goed over nagedacht. Hij was dertig jaar, had al de nodige ervaring opgedaan in het bedrijfsleven en de studies bedrijfskunde en economie completeerden zijn bagage. Autotron paste naadloos bij zijn ambities, vertelt hij. ‘Het was altijd al mijn bedoeling een keer voor mezelf te beginnen. Toen deze mogelijkheid zich voordeed, heb ik een plan gemaakt dat ik eigenlijk tot aan de dag van vandaag tot op de letter heb uitgevoerd. Ik had een hele duidelijke visie, ja.’ Daar hoef je dus echt geen vijftig voor te zijn, wil hij maar zeggen: ‘Eerder andersom: als je dat op je dertigste niet kan, gaat het je op je vijftigste ook niet lukken.’

Lange termijn
Al vanaf het begin was het Lips’ bedoeling er zo’n groot bedrijf van te maken. Hij vond en vindt ondernemen een activiteit voor de lange termijn; snel je slag slaan past niet bij zijn karakter. ‘Daarom stelde ik een aantal randvoorwaarden op. De leisuremarkt was een goede en stabiele markt met meer dan voldoende groeipotentie. Daarnaast koos ik bewust voor de binnenlandse markt. Bij mijn vader, die een scheepsbouwbedrijf had, had ik gezien hoe besluiten op duizenden kilometers afstand het bedrijfsresultaat beïnvloedden, en dat wilde ik niet. De binnenlandse markt is stabieler en overzichtelijker, dat zie je nu ook weer. Verder wilde ik dat het bedrijf multifunctioneel werd; vandaar de verdeling in dagrecreatie, verblijfsrecreatie en beurzen en evenementen. Hierdoor spreid je de risico’s en ben je minder gevoelig voor de seizoensinvloeden.’ Nu de crisis huishoudt, blijkt opnieuw hoe verstandig deze keuzes waren; Libéma heeft relatief weinig last van de malaise, vertelt Lips. ‘We zijn nog steeds gezond. Onze strategische keuzes en de randvoorwaarden zorgen ervoor dat we crisisbestendig zijn.’

‘Het is topsport’
Het waren overigens niet alleen de harde zakelijke uitgangspunten waar Dirk Lips in zijn plan rekening mee hield. ‘Nee, dan had ik het niet gered. Als je onderneemt, moet je wel een bepaalde passie hebben. Als je je werk niet leuk vindt, straal je niet en dan werkt het niet, daar ben ik van overtuigd.’ Hij laat een korte stilte vallen, neemt een slokje thee en vervolgt dan: ‘Alles wat ze over ondernemen zeggen, is waar: je moet organisatietalent hebben, je moet mensen en middelen samen kunnen brengen, verstand van geld hebben en doelen kunnen stellen en bij kunnen sturen. En je moet heel hard willen werken, maar dat kan alleen als je een innerlijke drive hebt.’ Hij lacht: ‘Vergis u niet: het is topsport!’ Die passie komt later nog een keer ter sprake, als Lips over zijn kinderen praat: ‘Ik vind het belangrijk dat ze doen wat ze gelukkig maakt. Als je iets leuk vindt, word je er goed in, dan groeit het. Dat is wat passie doet.’

Discipline
Dirk Lips blijkt een gedisciplineerd mens te zijn, zowel zakelijk als privé. Hij rookt niet, hij drinkt niet, hij slaapt weinig – ‘maar ik zorg wel voor voldoende rustmomenten’ – en hij sport veel. Discipline en jezelf beperkingen opleggen zijn wat hem betreft onlosmakelijk verbonden met ondernemen. ‘Kijk naar Libéma: we hebben weinig geld van de bank en we hebben de afgelopen jaren uit eigen middelen geïnvesteerd. Als je bepaalde zaken in geld of mankracht niet aankan, moet je ze ook gewoon niet doen. Als ondernemer moet je weten wanneer je gas kunt geven, maar je moet ook weten waar de rem zit en daarop trappen als dat nodig is. En daar moet je consequent in zijn, anders werkt het nog niet.’ Maar hoe doet hij dat zelf dan? Dirk Lips lacht: ‘Het is een kwestie van pure discipline. Als je zegt dat je iets niet doet, moet je gewoon niet zeuren en het ook niet doen. Niet twijfelen. Nee is nee. Punt!’ Als hem wordt gevraagd of er dan helemaal geen verleidingen zijn, hoeft hij nog geen seconde na te denken: ‘Nee! En weet u hoe dat komt? Ik put veel kracht uit níet toegeven; die kracht is vele malen groter dan de vreugde van het wel bezwijken. Als je de kracht hebt om nee te zeggen, voel je misschien teleurstelling omdat je iets niet meemaakt. Maar je realiseert je tegelijkertijd dat je het eigenlijk helemaal niet nodig hebt.’ Dan, stellig: ‘Ik wil niet afhankelijk zijn. Niet van drank, niet van geld, niet van status. Ik wil vrij zijn. Daarom valt die discipline mij ook helemaal niet zwaar.’

Grootste uitdaging
Libéma is een succesvol bedrijf geworden, maar het woord ‘trots’ zal Dirk Lips niet snel over de lippen rollen. Toen hij dertig jaar geleden begon, was zijn grootste onzekerheid of het hem zou lukken een organisatie neer te zetten die ook zonder zijn leiding verder kan. Dat was de grootste uitdaging, vindt hij. ‘Als je van een soort eenmanszaak naar een bedrijf met meer dan negenhonderd medewerkers gaat, moet je door verschillende fases heen. Iedere nieuwe fase betekende dat ik het oude los moest laten en dat kostte me soms best moeite.’ Uiteindelijk staat er nu een organisatie met verschillende dochterbedrijven en een stafafdeling die al deze bedrijven bedient. Een bewuste keuze, vertelt Lips. ‘Doordat we een professionele stafafdeling hebben, kunnen de dochterbedrijven zich helemaal richten op hun gasten en medewerkers. De day-by-day-kwaliteit voor gasten en medewerkers moet goed zijn, daar moet de focus op liggen. Zonder een goede stafafdeling zou de directeur van een dochterbedrijf zich ook nog eens bezig moeten houden met maandrapportages, ICT-zaken en twintig andere dingen. Dan ga je dingen half doen en daar bereik je niets mee.’ Door de organisatie op deze manier in te richten, heeft Lips nu bereikt waar hij dertig jaar geleden zo onzeker over was. ‘Als ik stop, kan Libéma verder.’ Hij glimlacht voorzichtig: ‘Ja, daar ben ik dan wel trots op. Dat me dat is gelukt.’

Achilleshiel
Hij stipte het al even aan: de moeite die hij had om dingen los te laten toen Libéma steeds groter werd. Op de vraag wat er zo moeilijk was aan loslaten, blijft het even stil. Hij schuift wat papieren heen en weer en steekt dan van wal: ‘Eigenlijk vind ik het nog steeds het leukst om gewoon voor onze gasten te zorgen. Het is heel eenvoudig: onze gast verwacht dat het park schoon is en dat de olifanten er staan. Maar of hij ook echt een leuke dag heeft gehad, hangt van ons af. De gast is niet gek, die voelt heus wel of wij gemeend hartelijk zijn of een toneelstukje opvoeren. De omgang met gasten is het mooiste van ons vak, maar het is tegelijkertijd onze achilleshiel.’ Lips geeft dan ook grif toe dat hij het directe contact met de gasten soms mist: ‘Ja, dat is een nadeel van groot worden inderdaad. Juist vanwege die gasten heb ik voor dit vak gekozen. Ik vind mijn huidige werk ook leuk hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar ik als hiermee ophoud, mogen ze me best weer achter de receptie of achter de bar zetten. Gewoon gezellig met de gasten bezig zijn.’
Het belang van die gastgerichtheid staat wat hem betreft dan ook haaks op de huidige trend om mensen puur op competenties te beoordelen. ‘Bij de werving en selectie moet je mensen eigenlijk een hartslagmeter omdoen om te kijken of hun hart op de goede plek zit. Dat is het eigenlijk, hè. Als je die gastgerichtheid in je genen hebt, komt de rest vanzelf. Ons vak is niet zo moeilijk, dat kun je allemaal leren. En als je het niet weet, kom je het maar vragen. Wij hebben hier iemand werken, die doet bij wijze van spreken alles fout, maar beschikt wel over de Brabantse warmte en hartelijkheid. Daardoor komt het altijd goed.’

Bescheiden
In een eerder interview vertelde Lips al eens dat hij niet van geld houdt, maar van ondernemen. Voor hem is het niet meer dan logisch: ‘Als je gaat ondernemen om heel veel geld te verdienen, gaat je dat waarschijnlijk niet lukken. Plezier is een veel sterkere succesfactor dan geld.’ Het grootste plezier is de uitdaging, vindt hij. ‘Zoals eerder dit jaar, toen we Aviodrome overnamen; daar geniet ik van.’ Het plan voor Aviodrome werkte Lips in slechts drie dagen uit. ‘Visie, marktpositionering, productontwikkeling, investeringen, exploitatieopzet, planning. Alles, ja. Het geeft een kick als tijdens besprekingen en later tijdens de uitvoering blijkt dat zo’n plan klopt. Daar krijg ik een blij gevoel van.’ Als het woord ‘trots’ opnieuw valt, schudt hij echter meteen het hoofd. ‘Nee, nee, trots is het verkeerde woord. Ik vind mezelf niet geweldig omdat ik dit kan.’ Veeleer ziet Lips zichzelf als de persoon die de zaak slechts tijdelijk beheert. ‘Die bescheidenheid, die nederigheid vind ik belangrijk. Ik ben me ervan bewust dat ik hier tijdelijk ben, en dat ik de dingen die ik hier doe, zowel zakelijk als privé, tijdelijk mág doen. Ik ben heel blij dat ik het mag. Het is niet van mij, ik ben slechts een schakel. Veel meer moet je ook niet willen. Als je dat besef hebt, ben je ook niet gevoelig voor geld of status. Natuurlijk, het is hartstikke leuk dat je ervan kunt profiteren. Maar vaak is het idee dat het kán nog leuker dan het daadwerkelijk doen. Als je het zo ziet, is geld of status of egotripperij niet het hoogste goed. Vanuit die bescheidenheid beleef ik er ook veel genoegen aan om dingen voor onze gasten te doen. Ik ben er voor de gast, van binnenuit. En de gast is er niet voor mij, snapt u? Als je dat besef van binnenuit voelt, voel je je nooit te groot of te klein en is gastvrijheid vanzelfsprekend.’ Even is het stil. Daarna legt hij beide handen voor zich op tafel. ‘Ja, dat is wie ik ben.’

verschenen in Events, winter 2012

‘Trots is het verkeerde woord’ | Events
Getagd op:                

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *