IMG_1047Twaalf jaar was hij toen hij naast zijn vader op de bank stond te springen toen Jeroen Blijlevens zijn eerste Tourzege behaalde. Zijn eigen debuut in 2009 verliep niet helemaal zoals hij wilde, maar als hij dit jaar voor de herkansing mag, wil hij de wereld laten zien dat hij wel degelijk veel in zijn mars heeft. Kenny van Hummel houdt namelijk van de Tour en zou zijn 21 profzeges zo inruilen voor één etappezege in de Tour de France. Een liefde in zes filmpjes.

De zon schijnt uitbundig en de eerste tafeltjes op het terras van het Arnhemse grand café Dudok zijn al bezet. Voor vandaag staan er echter een paar Tourfilmpjes op het menu en het felle licht noopt dus tot een tafeltje binnen. Kenny van Hummel heeft de tijd, zegt hij als hij koffie heeft besteld. Het lijf zakt wat onderuit, de benen gaan gestrekt onder het kleine tafeltje. ‘Ik zit hier prima, ik heb toch vrij vandaag.’ De dagen voorafgaand aan het interview reed hij de Ronde van Picardië – en won een etappe nadat de Fransman Nacer Bouhanni was gediskwalificeerd vanwege onreglementair sprinten. Hij is er blij mee; zijn eerste overwinning voor zijn nieuwe ploeg Vacansoleil. ‘Ik wil naar de Tour, dus ik moet nu laten zien dat mijn conditie goed is en nog beter wordt. Het is dan wel lekker als dat ook lukt’

Vloeken in Verbier, 2009 – Van Hummel; 2009
De Kenny van 2012 is niet dezelfde Kenny als die van 2009, toen hij zijn eerste Tour de France reed in dienst van Skil-Shimano. Die Tour maakte hem beroemd, maar niet op de manier die hij graag wilde. ‘Toen wilde ik zo graag naar de Tour, het was een jongensdroom. Dus ik piekte al in mei, omdat ik die selectie moest en zou halen. Toen de Tour van start ging, was ik al over mijn piek heen.’ Gevolg was dat hij in de bergetappes niet goed meekon en uiteindelijk steeds net binnen de tijd binnenkwam. Hij werd een held in Nederland en Lance Armstrong noemde hem een super hero, maar Kenny zelf had het graag anders gezien. ‘Ik ben een winnaar, een sprinter, maar er waren genoeg mensen die dat niet eens wisten. Die zagen alleen die Kenny die in zijn eentje over die cols ging.’ Hij is er wel klaar mee, wil hij maar zeggen. Maar goed, als we dan toch een filmpje aan die Tour moeten plakken, dan ziet hij het liefst de beelden van zijn reactie na afloop van de etappe naar Verbier. ‘Al na acht kilometer kwam ik alleen te zitten, en ik moest nog tweehonderd kilometer. De gedachte aan mijn oma, die vlak voor de Tour was overleden, heeft me er die dag doorheen gesleept. In mijn kop moedigde zij me aan, maar toen ik over de finish kwam, was ik zo kapot. En dan zo’n microfoon onder je neus, hè. Vloeken natuurlijk, zoveel emotie, daar kan geen mediatraining tegenop.’ Hij schaamt zich er niet voor. Dat was 100 procent puur Kenny. Punt. Hij lacht.

Energie sparen
Van Hummel heeft veel van zijn Tourdebuut geleerd. Hij heeft dit jaar gekozen voor een andere seizoensopbouw en hij is afgevallen, zes kilo maar liefst. Vroeger lette hij niet op zijn voeding. Was ook niet nodig, hij won zijn wedstrijden toch wel. Maar toen hij de overstap naar Vacansoleil maakte, deed hij dat omdat hij het gevoel had dat er nog meer in zat. Hij kreeg gelijk, vindt hij nu al. ‘Al tijdens Brussel-Kuurne-Brussel merkte ik het verschil. Waar ik andere jaren in de derde groep moest blijven hangen, reed ik nu rond in de eerste groep. In de Tirreno-Adriatico hetzelfde; ik zat zonder af te zien in de bus.’ Hij geniet ervan en hij is ervan overtuigd dat het zich gaat uitbetalen. ‘Kijk, als je zonder afzien in de eerste groep kan blijven zitten en in een beklimming op je gemak mee kan peddelen in de bus, dan betekent dat simpelweg dat je energie spaart. Energie voor de sprint, precies!’ Misschien nog wel het mooiste aan de Kenny van 2012 is het plezier dat van hem af spat. Hij is weer het kind van vroeger dat stuiterend van enthousiasme naar de koersjes ging.

‘Zie je die finishlijn?’ – Van Poppel; 1988
Op het moment van het interview weet Van Hummel nog niet of hij naar de Tour mag. Hij grinnikt: ‘Kun jij de ploeg niet even bellen om het te vragen?’ Hij neemt een slok koffie. Dan: ‘Nee hoor, da’s een geintje. Ik moet mijn benen laten spreken, maar ik ga er niet om vragen. Mijn resultaten zouden genoeg moeten zeggen.’ Niet dat hij dit jaar al veel heeft gewonnen, maar dat verbaast hem ook niet: het niveau ligt hoger en Kenny’s biologische klok heeft de zon en de energie van de zomer nodig. Maar zoals gezegd, de vorm is er. ‘Vanaf nu moet ik uitslagen pakken, ja. Daarom was ik ook zo blij met die rit in Picardië.’
Hij kan zich nu al verheugen op de mogelijke voorbereiding op de Tour. Sprints analyseren met ploegleider Jean-Paul van Poppel, Van Hummel ziet het helemaal voor zich. Want ja, hij wil er wel graag eentje winnen. Sterker nog, hij zou er al z’n profzeges zo voor inruilen. ‘Het is de Tour, hè.’ De liefde voor de Tour zat er al vroeg in bij Van Hummel. Zijn vader was behept met het wielervirus en stak de jonge Kenny aan. ‘Ik keek de Tour samen met mijn vader. Tegen de tijd dat de finish in zicht kwam, zat mijn vader zo ongeveer in die tv. Daar begon mijn liefde voor de Tour mee.’ De overwinningen van zijn ploegleider Van Poppel weet hij zich niet zo goed meer te herinneren, hij was net te jong. Tijd dus om zijn kennis wat bij te spijkeren, met de beelden van Jean-Paul van Poppel die in 1988 de prestigieuze laatste etappe naar Parijs wint. De kleuren zijn vaal en het beeld is gruizig, maar Van Hummel haalt zijn ploegleider er meteen uit. ‘Ja, mooi man, zoals hij daar buitenom komt en toch wint. En zie je die meterbordjes, en die finishlijn? Zo’n ouderwets smal simpel lijntje, prachtig!’

Tumultueuze sprinten de frustraties van een sprinter – Blijlevens; 1997 | Blijlevens en Julich; 2000
De overwinningen van die andere grote Nederlandse sprinter herinnert Van Hummel zich nog wel: ‘Als Jeroen Blijlevens won, stonden mijn vader en ik op de bank te springen!’ Als we hem nu een filmpje van Blijlevens laten zien, blijft Van Hummel rustig zitten, ondanks de tumultueuze sprint op het beeldscherm. Blijlevens wint, nadat Erik Zabel wordt gedeclasseerd vanwege onreglementair sprinten. ‘Ik herken dat wel, da’s toch de drang om te winnen. Als je midden in zo’n sprint zit, denk je niet na over de officials die je naderhand kunnen diskwalificeren. De belangen zijn zo groot in die Tour, iedereen wil winnen. Niet-sprinters veroordelen dat soms, maar ik denk dat veel sprinters het wel herkennen.’ Ook de beelden van Jeroen Blijlevens die de Amerikaan Bobby Julich na afloop van de laatste etappe van de Tour van 2000 belaagt, herinnert Van Hummel zich. ‘Het is niet goed te praten, zeker niet. En toch begrijp ik hem wel een beetje. Hij had dat jaar een slechte Tour gereden terwijl de verwachtingen hooggespannen waren. Zoals ik al eerder zei; de belangen in de Tour zijn zo groot… Als het dan niet goed loopt, is de frustratie ook enorm. Dat is misschien wel wat de Tour ook doet.’

De kunst van het juichen
Het ging de jonge Van Hummel overigens niet alleen om de Nederlandse etappezeges. Leergierig als hij was lette hij goed op tijdens de sprintduels: het loeren, het gekwak, de ellebogen, de slinkse manoeuvres; de kleine Kenny sloeg het allemaal op. Fanatiek, toen al. Hij lacht als hij vertelt dat hij zelfs op het juichen lette. ‘Ik denk dat ieder jochie dat doet, toch? En dan later nadoen hè. Die van Dekker in de Tour van 2000, met die zwaaiende armen over de streep, die heb ik zelf ook wel een paar keer gedaan.’

Doodsangsten in de ploegleiderswagen
Van Hummel weet niet precies wat het is met die Tour. Hij weet wel dat hij het niet eens is met Mario Cipollini, als die zegt dat het de kampioenen zijn die het verschil maken in de Tour. Voor Van Hummel is de Tour veel meer dan alleen die kampioenen; het gaat ook om de mooie plaatjes, de organisatie, de verhalen, het drama en het complete circus eromheen. ‘Het is een van de grootste sportevenementen ter wereld en binnen iedere ploeg is er veel druk om aandacht te trekken. De hele wereld kijkt mee.’ Zijn eigen liefde voor de Tour zorgde ervoor dat hij meer risico’s nam dan in andere wedstrijden. Met 120 kilometer met uur de Tourmalet afsuizen; levensgevaarlijk, dat weet hij ook wel. En hij begrijpt best dat de cabaretier Guido Weijers, die als gast in de ploegleiderswagen zat, doodsangsten heeft uitgestaan. ‘En toch zou ik het zo weer doen,’ geeft Van Hummel toe. ‘Door het ongeluk van Wouter Weylandt ben ik wel wat voorzichtiger geworden. Maar toch, als puntje bij paaltje komt…’ Hij grinnikt: ‘Maar nu hoeft het niet meer. Ik ben nu goed genoeg om in de bus te blijven!’

verschenen in Wielerland Magazine, mei 2012

De grote liefde van Kenny van Hummel | Wielerland Magazine
Getagd op:    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *