IMG_1074Als twintigjarige debuteren in het profpeloton, dat is niet veel wielrenners gegeven. Voor Wilco Kelderman zelf is het een logische stap: hij besloot als twaalfjarig jochie al dat hij prof wilde worden. Hij maakt zijn debuut in de Tour Down Under, de eerste ProTourwedstrijd van dit seizoen. Wielerland Magazine ontmoet hem in Barneveld en kruipt in zijn wiel in Australië. ‘Ik leef mijn droom.’

Uitgestrekte weilanden, een rij strak uitgelijnde bomen en in de verte twee kerktorens; ziehier het uitzicht van Wilco Kelderman als hij na zijn trainingsrondje op de bank neerstrijkt. Als we elkaar spreken, heeft hij zijn koffer voor Australië al gepakt – de volgende ochtend wordt hij op Schiphol verwacht. ‘Nee, bang ben ik niet. Wel gespannen, een beetje.’

Mollema, Gesink, Boom, Kruijswijk; het rijtje namen waarin Piet Kuijs, ploegleider van Rabobank Continental Team, Wilco Kelderman plaatst, is aansprekend genoeg. Keldermans stappen verraden talent en ambitie. Na twee jaar UWTC De Volharding stapt hij in 2010 over naar de continentals van de Rabo, om nog eens twee jaar later waar te maken wat hij zich als twaalfjarige al voornam. Hij zal dit jaar nog geen grote ronde rijden, maar hij wil zich wel laten zien. In mei en juni bijvoorbeeld: dan staan de Ronde van Californië en het NK op de agenda. En hij neemt alvast een voorschotje op de maand september: ‘De ploegentijdrit op het WK. Ja, die zit wel in m’n achterhoofd.’

In de Tour Down Under zal hij in dienst van de ploeg rijden. Dat wil echter niet zeggen dat de debutant geen aspiraties heeft: bij de vijfde etappe, van McLaren Vale naar Old Willunga Hill met finish bergop, staat al een klein kruisje. ‘Ik heb de klim op YouTube opgezocht en als het kan, ga ik het zeker proberen.’ Even laat Kelderman zijn blik over de drassige weilanden gaan. ‘Ik heb er superveel zin in,’ lacht hij dan.

Voor Kelderman is de Tour Down Under ‘slechts’ een nieuwe stap op weg naar het volgende doel. ‘Natuurlijk, ik leef mijn droom. Maar dat wil niet zeggen dat ik nu klaar ben met dromen. Binnen vijf tot zes jaar wil ik in de top tien van een grote ronde rijden.’ Hij verwacht dat dit jaar vooral in het teken van leren zal staan. ‘En ik ben benieuwd waar ik sta.’ Zijn ogen glimmen. ‘Volgende week! Dan weet ik meer.’

Dagboek van een debutant

Zondag 15 januari 2012, criterium: Adelaide (51 km)
Het opwarmertje voor de eigenlijke wedstrijd die dinsdag start. André Greipel wint, Rabo’s Mark Renshaw zit er goed bij, maar rijdt in de finale lek.
‘We zijn hier inmiddels alweer een week, sommige jongens zelfs al langer. Hoewel ik al in Nederland steeds vroeger naar bed ging, kostte het me vanwege de jetlag wel moeite om in m’n ritme te komen. Maargoed, nu slaap ik prima. De afgelopen dagen hebben we lekker getraind. Verder hebben we een wijnhuis bezocht en zijn we gezellig uit eten geweest. De sfeer in het team is hartstikke goed en iedereen had zin in dit criterium.
We hebben als ploeg goed gereden vandaag. Ik heb zelfs nog een tijdje op kop gereden voor Mark Renshaw, maar achteraf zaten we daar eigenlijk te vroeg. Mark reed lek in de finale, daar was hij wel even goed chagrijnig van. Het mooiste van deze dag was het publiek; het was ontzettend druk. Gaaf, daar krijg je moraal van!’

Dinsdag 17 januari 2012, etappe 1: Prospect – Clare (149 km)

Na een spannende finale wint André Greipel opnieuw. Rabosprinter Mark Renshaw wordt negende, ploeggenoot Michael Matthews twaalfde. Wilco Kelderman finisht in het peloton.
‘42 Graden vandaag! Ik heb twaalf bidons leeggedronken, niet normaal. Mijn benen zijn goed, maar die hitte nekt me. De jongens die hier al wat langer zijn, hebben er minder last van en de Spanjaarden vinden het alleen maar lekker. Vandaag heb ik de andere jongens uit de wind gehouden, ik hoefde niet mee te draaien. Vanwege de wind reden we bijna continu in waaiers. En iedereen wilde van voren zitten, de sfeer was nerveus. Wat dat betreft merk ik wel dat dit een ProTourwedstrijd is.
Dit was inderdaad m’n eerste wedstrijd als prof, maar eerlijk gezegd stond ik niet anders dan anders aan de start. Het enige verschil is dat ik veel nieuwe gezichten zie, verder gaat het gewoon vanzelf. Nee, ik heb nog niet zoveel andere jongens gesproken, ik praat vooral met m’n ploeggenoten. De rest komt wel, denk ik.’

Woensdag 18 januari 2012, etappe 2: Lobethal – Stirling (148 km)

De Australiër William Clarke bouwt een voorsprong van elf minuten op en houdt er op de streep nog eentje over. Michael Matthews sprint naar een knappe tweede plaats. Wilco Kelderman finisht in het eerste peloton en is de beste Nederlander in het algemeen klassement.
‘Ja, het gaat best goed eigenlijk. M’n benen waren veel beter dan gisteren, dus ik ben goed hersteld van de hitte. Vandaag was het niet zo warm, dat scheelt ook. Het was een lastige etappe: het ging op en af. Na anderhalve ronde kopwerk was ik behoorlijk leeg, maar ik finishte wel in het eerste peloton. Wel een verschil met andere jaren: bij de continentals was ik meestal een van de klassementsrenners en hoefde ik maar weinig kopwerk te doen. En als ik wel een keer op kop moest, was ik toch een van de sterkste renners. Het is nu echt zwaarder. Maar ik vind het wel leuk om voor Michael Matthews en Luis Leon Sanchez te rijden. Daarom zegt mijn eigen klassement me ook niet zoveel. We zijn met het team bezig, niet met de beste Nederlander. Of ik het bijzonder vind dat ik nu naast jongens als Boasson Hagen rijd? Nee, eigenlijk niet. Ik kijk tegen niemand op, het zijn toch ook maar gewoon renners?’

Donderdag 19 januari 2012, rit 3: Unley – Victor Harbor (134,5 km)

Opnieuw een zege voor André Greipel. Raborenner Mark Renshaw wordt vierde. Wilco Kelderman is nog steeds de beste Nederlander in het algemeen klassement.
‘Ik had weer een goede dag, vergelijkbaar met gisteren. In het begin van de wedstrijd heb ik samen met Stuart O’Grady een tijdje voor het peloton uit gereden. Er waren wat renners weg en ik moest in de gaten houden of er nog meer mannen weg wilden springen. Haha, nee, het was geen chasse patate, het peloton zat in ons wiel. We controleerden, meer niet.
Ik voel me nog steeds goed en dat geeft vertrouwen. Mijn niveau valt me mee: als ik goed oplet kan ik prima volgen. Ik ben wel benieuwd waar ik sta als we gaan klimmen. Dat is toch meer mijn specialiteit, maar ik heb het tot nu toe nog niet kunnen testen. Ik voel geen druk, niet vanuit de ploeg en ook niet vanuit mezelf. Ik zou ook niet weten waarom ik mezelf onder druk zou zetten: ik weet nog helemaal niet wat er komen gaat.
Morgen krijgen we weer een redelijk vlakke etappe, alleen in het begin gaat het wat omhoog. Als er een goed groepje wegrijdt, wil ik mee zitten. Maar met een te klein groepje spring ik niet mee, ik wil mezelf niet slopen.’

Vrijdag 20 januari 2012, rit 4: Norwood – Tanunda (130 km)
Op twintig kilometer van de streep fungeert Mengler Hill als scherprechter: er blijft een kopgroep van veertig renners, onder wie Kelderman, over. Oscar Freire wint de etappe, Michael Matthews stijgt naar de tweede plaats in het algemeen klassement, op twee seconden van leider Martin Kohler. Wilco Kelderman staat op twaalf seconden.
‘Het was best een lastige etappe. Het eerste uur werd er vol gekoerst, tot een paar jongens wegreden die voor het klassement niet zo belangrijk zijn. Aan de voet van de laatste klim werd het even hectisch, iedereen wil natuurlijk van voren zitten. Wij zaten te ver van achteren, dus ik moest met de mannen in het wiel naar voren, langs de geloste renners om het gaatje dicht te rijden. Ik begon daardoor redelijk kapot aan de klim, maar het lukte me gelukkig wel om bij te blijven. Ondanks dat de klim best pittig was, heb ik nog geen duidelijkheid over m’n klimniveau; daar was de klim toch te kort voor. Morgen wordt het een ander verhaal: aankomst bergop, dus iedereen zal er vol voor gaan. Ik denk dat ik na die etappe wel iets kan zeggen over hoe ik ervoor sta. Ik heb zin in morgen: Michael, Louis en ik mogen volle bak en we gaan kijken waar het schip strandt. Of ik nerveus ben? Nee, niet echt eigenlijk. Het ligt niet op mijn schouders, hè.’

Zaterdag 21 januari 2012, rit 5: McLaren Vale – Old Willunga Hill (151,5 km, finish bergop)

Zoals verwacht wordt de koers op Old Willunga Hill beslist. Movistar trekt het peloton op de kant waarna hun kopman Alejandro Valverde wint. Simon Gerrans is de nieuwe leider in het algemeen klassement, Michael Matthews levert 29 seconden in en staat nu negende. Wilco Kelderman is met zijn 22ste plaats de beste Nederlander. Zijn achterstand bedraagt tweeënhalve minuut.
‘Als ik goed van voren had gezeten, had ik top tien gereden. Zonde, en zo stom! Ik heb me laten verrassen op de eerste beklimming, en dat terwijl ik heel makkelijk reed. Er was zijwind, alles ging op de kant en ik zat te ver van achteren. Het lukte me nog wel aan te haken, maar er gingen steeds renners tussenuit waardoor ik telkens gaten dicht moest rijden. Op den duur redde ik dat niet meer.
Op de laatste klim heb ik een tijd vol op kop gereden, ik moest mijn frustratie kwijt. Zat ik daar, met m’n goede benen, in zo’n groep met mannen die kapot zaten. Ik baalde zo dat ik niet bij de voorsten zat. Mijn niveau is heel goed, en wordt alleen maar beter, dus ik denk dat ik dit seizoen nog wel wat moois kan laten zien. Nee, de teleurstelling van vandaag heeft geen invloed op mijn zelfvertrouwen. Het is gewoon stom dat ik het nu heb laten liggen.’

Zondag 22 januari 2012, rit 6: Elder Park Adelaide (90 km)
De laatste etappe is opnieuw een prooi voor André Greipel. Mark Renshaw zit in zijn wiel, maar redt het niet. Met Simon Gerrans heeft de Tour Down Under een Australische winnaar. Wilco Kelderman eindigt in het algemeen klassement op de 21ste plaats (op 2,33) en in het jongerenklassement wordt hij vijfde. De debutant is de beste Nederlander in de Tour Down Under van 2012.
‘Ondanks de 36 graden van vandaag voel ik me goed. Het was een kort rondje, maar nog lastig zat: veel bochten, veel brede wegen. Het ene moment zit je goed van voren, maar als je dan even niet goed oplet, zit je zomaar weer achterin. Omdat er een groep weg was hebben we flink op kop moeten rijden om het gat te dichten. Dat kostte veel energie, misschien net iets te veel voor een goede finale.
Als ik terugkijk op deze week ben ik heel tevreden, ik houd er een goede moraal aan over. Voor ik naar Australië kwam, wist ik al dat ik goed was, maar heb ik mezelf op verschillende momenten verrast. Gisteren bijvoorbeeld, toen ik in de eerste beklimming zo makkelijk naar boven reed en ook aan het einde nog goede benen had. Toch was dat niet m’n mooiste moment van de week, hoor. Dat was woensdag, na afloop van de tweede etappe. De dag daarvoor had ik door de hitte niet lekker gereden. In de tweede etappe waren de benen toch weer goed en dat was een enorme opluchting.
Nog meer verrassingen? Nou ja, op de momenten dat ik mee op kop reed, verbaasde het me te zien dat sommige andere renners het moeilijk hadden. ‘Goh,’ dacht ik dan, ‘voor mijn gevoel kan ik er nog wel een tandje bij steken.’ Het gevoel dat ik ze eraf zou kunnen rijden, ja, dat heeft me verbaasd. Ik heb nu al zin in de volgende koers!’

verschenen in Wielerland Magazine, februari 2012

In het wiel van Wilco | Wielerland Magazine
Getagd op:            

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *