IMG_1070Toen ze de sleutels van hun huis kregen, was het wielerseizoen net begonnen; niet zo gek dus dat Wim Stroetinga (27) en Roxane Knetemann (25) nog niet veel tijd op de bank hebben doorgebracht. Er hangen nog geen gordijnen, de peertjes bungelen nog aan het plafond en de snoeren zijn ook nog niet weggewerkt. En nee, eigenlijk hebben ze ook geen bijzondere voorwerpen waar ze meer over willen vertellen; het meeste zit nog in de verhuisdozen. Trouwens: ze willen sowieso geen fietsspul in hun huiskamer. Strak moet het zijn, zonder tierelantijnen en gedoe.

Roxane: Ons eerste eigen huis, ja. Dat had ik niet gedacht toen we vierenhalf jaar geleden wat met elkaar kregen. Toen dacht ik: ach, leuk, en we zien het verder wel. Maar dat we nog eens een huis zouden kopen? Maar we waren er aan toe. We zaten altijd bij mijn moeder of bij Wims ouders en we hadden behoefte aan een eigen plek. Ik vind het wel jammer dat we nog maar zo weinig tijd hebben gehad om het in te richten en echt te wennen. Tijdens het seizoen heb je amper de tijd om je koffers uit te pakken en dit jaar had ik daar voor het eerst moeite mee. Toen ik nog bij m’n moeder woonde, stond ik daar niet eens bij stil. En ik merk wel dat we nu alles zelf moeten doen. Als je iets neerlegt, ligt het er morgen nog. Dat is best even wennen.
Wim: We kenden elkaar al heel lang van naam en gezicht, maar kwamen elkaar tijdens wedstrijdjes niet tegen. We schelen twee jaar, hè.
Roxane: Hij noemde mij altijd schreeuwlelijk.
Wim: Haha, zoiets ja. Roxane is altijd wel aanwezig hè.
Roxane: We zijn heel verschillend; hij is veel rustiger dan ik. In het begin liepen we altijd te hakketakken, vooral over het vrouwenwielrennen. Hij wist precies hoe hij me op de kast moest krijgen.
Wim: Dat weet ik nog steeds!
Roxane: Nou ja, inderdaad. Maar goed, we gingen toch daten. Uit eten, naar het strand, dat soort dingen. En Wim zat toen in de voorbereiding op de Spelen van Beijing, dus we kwamen elkaar vaak tegen op de baan in Alkmaar. We spraken steeds vaker met elkaar af en uiteindelijk kwamen we niet meer van elkaar af. En nu zitten we hier. Best leuk toch?
Wim: Of we veel over wielrennen praten? Nou, dat valt best mee. Het is natuurlijk ons werk, en net als andere mensen praten wij ook over ons werk. Maar het gaat hier zeker niet alleen over fietsen, dat zou nogal saai worden. Koers kijken doen we wel vaak, als we tenminste thuis zijn. Ik zie het liefst veldrijden, dat is vaak spectaculair en duurt ook niet zo lang. Bij koersen die uren duren, val ik soms in slaap.
Roxane: Da’s best apart trouwens, dat Wim graag naar veldrijden kijkt, want hij heeft een hekel aan koersen in België.
Wim: Ja, dat klopt, ik rijd daar niet graag. De wegen zijn vaak beroerd, maar vooral de poeha staat me een beetje tegen. In België wordt zo’n beetje iedere Belgische renner aanbeden en sommige renners gedragen zich daar ook naar. Ik zit anders in elkaar, ben daar waarschijnlijk te veel de nuchtere Fries voor. ‘Doe maar rustig’, denk ik al gauw.
Roxane: Als we in het buitenland zitten, bellen we elkaar niet zo vaak. Dit jaar reed ik de Giro en hebben we elkaar helemaal niet gesproken. We weten wat we aan elkaar hebben, ja.
Wim: Geen bericht is goed bericht.
Roxane: Ook op de fiets is Wim heel anders dan ik. Hij luistert heel goed naar zichzelf en dat vergeet ik soms nog een beetje. In het begin moest ik daar enorm aan wennen. We kregen een relatie in het jaar dat ik niet veel fietste. Wim stapte altijd met een lach op zijn gezicht van z’n fiets af terwijl ik het fietsen in die tijd helemaal niet meer zo tof vond. Dat had te maken met de ploegen waarin ik tot dan toe had gereden; het fietsen en alles daaromheen was een moeten geworden. Door die ontspannen houding van Wim ben ik weer gaan fietsen. Met plezier, ja.
Wim: Zonder plezier presteer ik niet. Dat merkte ik heel goed toen ik prof werd bij Milram. Ineens moest ik van alles van mezelf, ik raakte mijn ontspanning kwijt. Ik heb fietsen altijd leuk gevonden, maar toen was het plotseling niet leuk meer. Toen Milram stopte, klopte er geen andere ploeg aan m’n deur, dus ik dacht: ik stop ermee.
Roxane: Tot Schep belde.
Wim: Ja, Peter belde me, of ik zin had om Olympia’s Tour te rijden. Dat leek me wel leuk, maar ik had al een tijdje niet getraind. Dus ik ging weer fietsen, reed een paar koersjes. In de eerste etappe van Olympia’s Tour werd ik al tweede en de dag erna won ik.
Roxane: Hij belde en echt, ik had hem in tijden niet zo vrolijk aan de telefoon gehad. Het plezier was terug en daardoor won-ie ook nog. Geweldig! Zelf rijd ik sinds dit jaar voor de Rabobank en daar zit ik goed op mijn plek. Volgend jaar wil ik graag wedstrijden winnen, dat zou echt een mooie stap zijn. Ik wil me meten met de wereldtop. Ik weet dat ik het in me heb, maar het komt er gewoon nog niet uit. Daarom is het ook zo fijn dat ik vorige week mocht bijtekenen: daar spreekt vertrouwen uit. Ik ben er wel trots op dat ik voor een van de beste vrouwenploegen ter wereld rijd. Maar ik moet wat meer vertrouwen in mezelf krijgen, en ik denk dat dat begint met het winnen van een wedstrijd. Soms mis ik net het laatste beetje winnaarsdrive, terwijl veel andere meiden dat wel hebben. Ja, dat zit tussen mijn oren. De komende winter ga ik daar samen met de ploegleiding verder aan werken.
Wim: Ik wil het komende seizoen wel weer een zesdaagse winnen, samen met Schep. Amsterdam, Gent en Rotterdam staan in ieder geval in de planning. En het WK baan in Minsk is een belangrijk doel.
Roxane: Daar moet Wim gewoon goud halen!
Wim: Nou, dat zou mooi zijn.

verschenen in Wielerland Magazine, oktober 2012

THUIS BIJ… Wim Stroetinga en Roxane Knetemann | Wielerland Magazine
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *