IMG_1101‘Bij Max van Heeswijk liep het talent uit zijn broek, maar wat heeft hij ermee gedaan?’ Het was een intrigerende vraag die Piet Kuijs, ploegleider van de Rabobank Continentals, in een voorbeschouwing op de Tour van dit jaar stelde. Hij beantwoordde zijn eigen vraag niet; de vraag stellen ís hem beantwoorden, zal hij gedacht hebben.

Max van Heeswijk dus. Rustig, een beetje bedeesd zelfs. Staalgrijze ogen met een zweem van groen, de wangen zacht, bijna vlezig. Vast niet de grootste roerganger in de ploeg. Eerder degene die besmuikt grinnikt als zijn ploegmaten ’s avonds aan tafel de spanning van zich af laten glijden met grove grappen over rondemissen en vrouwelijke journalisten. Eigenlijk ook niet echt zo’n man van wie je verwacht dat hij zich makkelijk staande houdt in de machowereld van de wielersport.

Toch deed hij dat, en nog niet eens zo onverdienstelijk ook. Sinds augustus dit jaar staat hij echter voor altijd te boek als de renner die tijdens een gesprek met NUSport-journalist Nando Boers dopinggebruik bekende en daarna niet wist hoe snel hij het bewijs daarvan in de vuilnisbak moest gooien. Wanneer je deze bijna kluchtachtige affaire optelt bij de opmerking van Piet Kuijs, dringt de vraag zich onherroepelijk op: wie wás die Max eigenlijk?

Zijn erelijst is best indrukwekkend eigenlijk. In 2005 reed hij een dag in de leiderstrui van de Vuelta en een paar dagen later schreef hij in dezelfde ronde nog een etappe op zijn naam; daar kun je best mee thuiskomen toch? Daarnaast veel, heel veel podiumplaatsen in koersen en etappewedstrijden die eigenlijk net niet voldoende tot de verbeelding spreken. Op zijn erelijst geen Milaan-San Remo of Lombardije, maar koersen als de  Commonwealth Bank Classic, de Österreich-Rundfahrt, de Benelux Tour en de Ronde van België. In 2000 debuteert hij in de Tour, 103e wordt-ie. In 2001 134e. Nee, het zijn geen resultaten waar een gemiddelde renner zich direct voor zou hoeven te schamen. Maar Max werd niet gezien als een gemiddelde renner. Over Max werd gezegd dat-ie veel beter was dan generatiegenoten als Michael Boogerd, Erik Dekker en Léon van Bon. Tja…

In zijn eerste jaren als prof reed Max nog geen grote koersen; het ‘langzame brengen’ dat de Rabo de laatste jaren zo hoog in het vaandel heeft staan, werd door Hennie Kuiper, Max’ ploegleider bij Motorola, allang in praktijk gebracht. Na twee jaar in Amerikaanse dienst stapte de Limburger over naar de Rabobank, maar dat werd geen groot succes. Max voelde zich niet thuis bij de boerenleenbank en het lijstje podiumplaatsen halveerde. Het imago uit zijn juniorentijd – te lui, te gemakzuchtig – kwam weer bovendrijven en het feit dat de resultaten uitbleven maakte het er niet beter op.

Via twee jaar Mapei en twee jaar Domo-Farm Frites kwam Van Heeswijk in 2003 bij US Postal terecht. Gniffelde de wielerwereld? Vast wel. Die renner over wie iedereen zei dat-ie te lui was, verkaste naar US Postal, de ploeg van controlfreak en trainingsbeest Lance Armstrong. Ploegleider Dirk de Mol maakte er meteen korte metten mee. Max is helemaal geen luie donder, zei hij, dan had US Postal hem nooit opgenomen. ‘Lamzakken komen er niet in, daar zorgt Lance zelf wel voor!’

De overstap van Domo-Farm Frites naar US Postal was er eentje die veel zei over de mens Max van Heeswijk. In zijn laatste seizoen bij de Belgische ploeg van Patrick Lefevere bakte hij er weinig van. Lichamelijk was er niets aan de hand, fit als een hoentje. In zijn hoofd was de chaos echter compleet. Hij, zelfverklaard moederskindje en sinds jaar en dag zeer bedreven in het vermijden van conflicten met zijn vader, had met zijn ouders gebroken omdat die zijn vrouw niet accepteerden. Hij verhuisde om ook letterlijk afstand van het ouderlijk huis te nemen. Gesprekken met een psycholoog volgden en zijn fiets stond maandenlang stof te vangen in de schuur. Ploegleider Lefevere beloofde steun, maar hield tegelijkertijd salaris in; Max werd tenslotte betaald om te fietsen en dat deed-ie nu niet. Pas toen Max de breuk met zijn ouders herstelde, Domo-Farm Frites verliet en van de ploegleiding van US Postal het vertrouwen kreeg, wist Max de dunne bandjes van zijn fiets weer de goede kant op te sturen. In een van zijn eerste koersen in het US Postal-tricot stond hij meteen op het podium. Tweede werd-ie, in Omloop Het Nieuwsblad, toen nog Omloop Het Volk geheten. Hij kón het wel, Max.

Bij Max moest alles kloppen, anders reed-ie nog geen deuk in een pakje boter. Maar ja, in het leven klopt het veel vaker niet dan wel. Dat mensen hem de hemel in prezen als hij de stenen uit de straat reed, maar hem net zo makkelijk lieten vallen als het allemaal niet zo lekker ging; nee, hij kon er niets mee. Daar zat hij dan weer, met zijn geknakte vertrouwen, op zichzelf teruggeworpen. Pas als er weer mensen verschenen die in hem geloofden, lukte het hem zijn hebben en houden bij elkaar te rapen. ‘Ik heb eerst bevestiging nodig, daarna komt de overtuiging,’ zei hij er zelf een keer over.

Toen zijn vrouw en hij in 2004 uit elkaar gingen, bleek dat dan ook de opmaat voor opnieuw een dramatisch seizoen. Van een leeg huis valt weinig bevestiging te verwachten en een relatiebreuk doet het vertrouwen ook weinig goeds.  Pas in augustus 2005 kwam hij weer aan winnen toe. Niet dat hij toch vertrouwen uit de echo’s van het lege huis had weten te peuren. Nee, het recept voor het goede gevoel op de fiets was eenvoudiger: zijn vrouw was weer terug. Helemaal gelukkig was hij, de man die als jochie conflicten al uit de weg ging.

Het einde van zijn profcarrière kondigde zich in 2007 al voorzichtig aan. In mei van dat jaar gaf hij aan misschien te willen stoppen; hij ondervond te veel hinder van de inspanningsastma die de artsen in 2006 bij hem hadden geconstateerd. Een week later bleek het loos alarm: op zijn website gaf hij toe wat te impulsief te hebben gereageerd na de inspanningen in een zware Giro-etappe. Hij betreurde de verwarring die hij had veroorzaakt, schreef hij deemoedig. Een jaar later hing hij de fiets alsnog aan de wilgen. Zijn laatste jaar als prof had hij bij Willems Veranda, de continentalploeg van Lucien van Impe, doorgebracht. Max van Heeswijk was 35 jaar toen hij stopte. Zijn laatste overwinning behaalde hij in 2007, toen hij een etappe in de Ruta del Sol won.

Eigenlijk was het einde van Max’ carrière bijna net zo geruisloos verlopen als de carrière zelf. Geen man voor de schijnwerpers, Max. Voordat hij het bewijs van zijn dopingbekentenis in de vuilnisbak gooide, stond hij vooral bekend als de ex-coureur met wie journalisten altijd contact opnamen als er weer eens iets over Lance Armstrong of Floyd Landis naar buiten kwam. Toch frustrerend. Niet gebeld worden vanwege de bandensporen die je zelf hebt achtergelaten, maar slechts vanwege het feit dat je vroeger bus en hotelkamer met grote namen deelde.

Misschien was hij dat wel zat, wilde hij zelf eindelijk ook een keer in de schijnwerpers staan. Spijtoptant, het is, mits goed gespeeld, toch een belangrijke rol op het wielertoneel. Zijn bekentenis lokte echter meteen een akelig felle reactie van mevrouw Van Heeswijk uit. Je ziet het voor je, de man die zo’n hekel aan conflicten heeft, ingeklemd tussen een boze echtgenote en een geschrokken journalist. Als zijn vrouw al zo furieus reageerde, dan wilde hij de reactie van Lance niet eens meer afwachten. Weg met die opname, de vuilnisbak in!

Het is de vraag in hoeverre alles nu nog klopt, in dat gevoelige hoofd van Max van Heeswijk.

Het antwoord op Piet Kuijs’ vraag gaf Max trouwens al in 2005. Nadat hij de leiderstrui in de Vuelta had veroverd, schoof hij nog even bij Mart Smeets aan. Hij vertrouwde Smeets toe dat hij het rot had gevonden om die trui van ploeggenoot Floyd Landis af te pakken. ‘De trui moet in de ploeg blijven,’ zei hij. ‘Maar ik hoef ‘m niet te hebben.’ Het zijn de woorden van een renner die nooit kopman wilde zijn, omdat-ie daar zo nerveus van werd.

Het is Koers.nl, september 2011

Bij Max moest alles kloppen | Het is Koers
Getagd op:        

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *