IMG_1101Hij schreef het echt, de fietser en ZIJN toerusting. Alsof wij niet meetellen. Ja, in een reactie kwam nog een schamel naschrift, zoiets als: ‘Ik schreef m/v’, met daarbij nog een opmerking over lichaamsbeharing. Alsof wij vrouwen niet weten dat onze benen te allen tijde glad geschoren, geëpileerd, gewaxt, geharst dan wel gelaserd dienen te zijn. Het lijkt me duidelijk, het is tijd voor De fietser en HAAR uitrusting. Want ja, daar moeten we Frank van Dam gelijk in geven: de fietser kan nog zo’n prachtig ros onder de billen hebben en daarbij de meest kekke setjes aantrekken, zolang het lijf niet meewerkt, blijft het behelpen.

Nog even ter verduidelijking: mijn vingers blijken bijzonder veel moeite te hebben met het tikken van het woord fietsster. Ik neem ze dat niet kwalijk. Fietsster is typisch zo’n woord dat qua lulligheid weinig onderdoet voor het koppel dat iedere zondagmiddag op identieke Gazelles stapt en met ferme tred over ’s Heren wegen peddelt, de eveneens identieke Human Nature-windjacks nonchalant klapperend in de wind. De fietser is het dus, en HAAR uitrusting. Dat gerei waarmee wij cols, polders, kasseien, modder en verzengende hitte bedwingen. Omdat wij dat dus eigenlijk heel goed kunnen. Al zijn we daar zelf niet altijd even zeker van.

De benen
Ach, daar begint de ellende al. Wij en onze benen. Nooit goed. Te kort, te dik, te stakerig of te flubberig, de knieën te dicht bij of juist te ver uit elkaar, de huid meestal te wit en het oppervlak te vaak ontsierd door te veel cellulitis (voor de heren: cellulitis is een moeilijk woord voor putjes en kuiltjes in billen en dijen). Hier fnuikt zich bovendien het feit dat de meeste koersbroekontwerpers en -fabrikanten aan onze soort moeten wennen en niet op de hoogte zijn van onze gevoeligheden. Want Marianne Vos en Marijn de Vries mogen dan superstrakke, supergespierde en superslanke onderdanen hebben, de meesten van ons kennen die luxe niet. Dus wat doen die vermaledijde strakke elastieken onderaan de pijpjes van de broek? Of denken deze broekverkopers dat wij rollade zo lekker vinden dat we er zelfs op de fiets liefst iedere seconde aan denken? Natuurlijk zeggen de heren dan dat we gewoon wat harder moeten trainen, maar hé, wij hebben dus wel meer te doen, niet? Of maken jullie het toilet en de badkamer in het vervolg zelf schoon? Nee, het is hoog tijd dat die broekverkopers wat meer rekening met ons houden, zodat wij ons net even iets prettiger voelen op ons blinkende ros. En heren verkopers, vergeet niet dat deze minimale aanpassing grote gevolgen kan hebben: wanneer uw broekjes onze benen niet langer zo schaamteloos afknellen, zal het aantal afnemers van uw waar alleen maar toenemen. Dus hup! Aan de slag!
Over gladde benen hoef ik eigenlijk niets te zeggen, de gladde benen moeten voor ons net zo vanzelfsprekend zijn als de gelakte teennagels in de zomer. De witte benen vergen echter nog wel wat aandacht. De zonnebank is geen goed idee want ziekmakend op de lange duur. Een mogelijke oplossing is de zelfbruinende crème, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik daar, ondanks mijn oogverblindend witte melkflessen, geen ervaring mee heb. Ik zet zelf gewoon een zonnebril op; worden de benen direct bruiner van. Maar goed, de schrijver van De fiets en ZIJN uitrusting heeft natuurlijk gelijk als hij zegt dat de benen gewoon bruin moeten zijn. Met scherp randje. Hoe wij dat in bikinitijd op dienen te lossen, weet ik eigenlijk ook niet.

De billen
Je voelt ze als je inhaalt of wordt ingehaald. De keurende blikken waarvan jouw wederhelft immer beweert dat zijn vrienden die vanachter hun wielerbrillen ook altijd werpen. Maar hij niet. Nooit. Ach, dat schat. Gun hem dit leugentje dames, het gaat nu even om ons en onze billen. Wanneer wij ons met brutale blikken geconfronteerd weten, gaan de radartjes direct aan het werk: m’n kont is te dik, te breed, te lomp of te rond. Maar weet dan dat wij met diezelfde kont dus wel flink door weten te trappen. En weet ook dat de meeste heren de handen toch liefst over een ietwat gevulde en zachte bilpartij laten glijden. Dat wil echter niet zeggen dat wij de boel maar moeten laten gaan, hè! Te veel kont doet het zadel geheel en al uit het zicht verdwijnen en dat is bepaald geen aanbeveling voor onze edele fietssport. Houd jezelf dus in toom en zorg ervoor dat het zadel te allen tijde zichtbaar blijft – ook in de winter!

De romp
Kijk, hier hebben wij te maken met een verschil tussen man en vrouw. Want ja, als we hier geen afdoende maatregelen nemen, trekt de zwaartekracht ons hier net iets krachtiger naar beneden. Nee, op de fiets spring je niet, maar wie heeft je ooit wijsgemaakt dat een sport-bh alleen is bedoeld voor springerige vormen van sportbeoefening? De sport-bh is een essentieel onderdeel van onze fietsuitrusting, laat dat duidelijk zijn. Hoewel de heren het zullen waarderen als wij onze cup D over het stuur draperen, geeft zo’n vertoning in werkelijkheid geen pas. Wij nemen onze sport serieus: de dames die hun boezem niet met een Hemaatje wensen plat te drukken, kunnen zich beter in sexy singletje naar de sportschool reppen.
Dat gezegd hebbende dient er ook nog enige aandacht te zijn voor dat wat zich onder onze boezem bevindt. De buik, inderdaad. Ook weer zo’n lichaamsdeel dat het eigenlijk nooit goed doet, want altijd te dik, te veel rollen, te flubberig en na een, twee of drie zwangerschappen veel te slap. Hier rest slechts één bindend advies: de buikspieroefening. Want al eens goed gekeken naar de veel te volle fietser wiens bovenbenen bij elke trapbeweging in contact komen met de buik? Precies! Iedere ochtend vijf minuutjes buikspieren dus.

De armen
Eindelijk een lichaamsdeel waar we vaak wel aardig tevreden over zijn. Nou ja, de kipfiletjes zijn vervelend, maar over het algemeen minder dramatisch dan buik, billen, borsten en buik. Het spreekt voor zich dat wij ons slechts dan met korte mouwtjes vertonen wanneer onze armen enige teint hebben opgedaan. Maak het echter niet te bont: onze schouders blijven van onszelf; het kekke wielerhemdje zou zelfs Madonna del Ghisallo gillend haar kerkje uitjagen. Eenieder die zichzelf als fietser serieus neemt, houdt zich nu eenmaal verre van blote schouders op de racefiets.
Verder mogen tatoeages voor de heren dan verboden zijn, voor ons geldt dat verbod niet. Dat wil echter niet zeggen dat wij hier niet enige regels in acht dienen te nemen. De tatoeage neemt nooit of te nimmer de vorm van een mouw aan en ook de diepzwarte tribals zijn uit den boze. Een tatoeage is subtiel en bevindt zich in de ideale situatie aan de binnenzijde van de pols. Wat je verder aan plakplaatjes onder je wielerkleding verbergt, is overigens geheel en al je eigen zaak.

Het hoofd
Over het hoofd valt veel zeggen. Heel veel. Wij beginnen echter eenvoudig, bij het oor. Oorbellen zijn in orde, maar houd het een beetje binnen de perken: vijf per oor betekent dat je in ieder oor minimaal drie gaatjes te veel hebt laten schieten. Leeglaten dus. Laat je lange slingers thuis wanneer je op de fiets stapt: oorknopjes of kleine ringetjes volstaan.
Dan het haar. De dames met lang haar binden dat vanzelfsprekend samen in een staart of vlecht, welke aan de achterzijde onder de helm vandaan mag komen. De dames die het kapsel wat korter dragen, dienen er in ieder geval voor te zorgen dat de oren vrij zijn, simpelweg omdat dat netter staat.
Door naar het gezicht. Wel make-up, geen make-up? Wat denk je zelf? Wel natuurlijk, hoewel we daarbij niet op dezelfde manier te werk hoeven te gaan als Leontien van Moorsel. Wat zwarte mascara volstaat, waarbij je natuurlijk rekening houdt met het zweetgedrag van je lichaam. De waterproofmascara is niet voor niets uitgevonden, dames! De lippen voorzie je van een lipgloss, een subtiele lipstick of een conditioner, als er maar een beschermingsfactor in zit. Voor wat betreft blush, poeder, foundation en andere artificiële kleuroppeppers: nee, nee en nog eens nee. Als je vindt dat je veel te bleekjes van het ene knooppuntbord naar het volgende fietst, trap je eenvoudigweg niet hard genoeg. Laat dat een motivatie zijn.
Tot slot de binnenkant van het hoofd. In ons hoofd schuilt het grootste verschil met onze mannelijke evenknie. Ons hoofd is namelijk in staat vele dingen tegelijk te doen. Seks en het samenstellen van het boodschappenlijstje gaan bij ons prima samen, zo is het nu eenmaal. Deze praktische eigenschap werkt echter ook wel eens tegen ons. Ons hoofd is namelijk nogal streng. De moetens vliegen ons te pas en te onpas om de oren: de was, de boodschappen, de kinderen, de vrienden en vriendinnen, de ouders, de schoonouders, de bedden verschonen, de koelkast uitsoppen, de baas, de partner… En oh ja, de fiets. Terwijl die fiets ons zoveel goeds te bieden heeft! Ontspanning. Kracht. Een gezond lijf. Conditie. Een leeg hoofd. Gezelligheid. Nieuwe horizonten. Maar vooral de ervaring dat we meer kunnen dan ons hoofd vaak schijnt te denken. Uiteindelijk is de fiets vele malen belangrijker dan ons hoofd: in de fiets schuilt onze kracht. En het is aan onze benen, billen, romp en armen om die kracht ten volle te benutten. Zodat we onszelf kunnen bewijzen dat we veel meer kunnen dan ons hoofd denkt.

PS: dat dit artikel zo her en der persoonlijke frustraties van de schrijver dezes verwoordt, zal de lezer niet zijn ontgaan. Schrijver kan slechts hopen dat de lezer haar dit niet kwalijk zal nemen.

Het is Koers; 21 januari 2014

De fietser en haar toerusting | Het is Koers
Getagd op:            

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *