(fragment uit Sterrenstof, mijn roman die in april 2021 verschijnt bij uitgeverij Thomas Rap)

De avond erna ging hij bij Janneman op de rand van de bedstee zitten. Janneman keek hem verschrikt aan – de vorige keer dat hij dat had gedaan, waren er woorden als heel ziek, de dokter zei ook, samen sterk en begraven en we redden het vast wel samen gevallen en was hij er de volgende ochtend, toen Janneman een beetje hangerig vroeg waar z’n moeder nou bleef, achter gekomen dat Janneman zijn woorden niet helemaal begrepen had.

Janus streek hem over zijn haar – in zijn hoofd klonk Marietje: onze jongen, kijk hem nou toch, met zijn mooie koppie en zijn melkboerenhondenhaar – en slikte terwijl hij zijn best deed iets geruststellends uit te stralen, hoewel hij niet eens goed wist hoe hij dat doen moest. Het lukte ook niet erg, zag hij aan Jannemans blik, en om er meteen maar vanaf te zijn, nam hij in gedachten een aanloopje en zei toen: 

‘Je mag niet meer met Sara spelen, jongen. Ze krijgt namelijk een broertje of zusje, zie je? Dus…’ Ja, dus wat, Janus Warrink, sprak hij zichzelf toe. Dus wat? 

Janneman bleef stil en frunnikte aan een losgeschoten draadje aan de rand van de deken. Toen hij hem uiteindelijk aankeek, was zijn blik veel te donker voor een kind van acht. 

‘Haar moeder krijgt een baby, ja, dat weet ik toch allang! Hoezo kan ik dan niet meer met haar spelen? Baby’s kúnnen niet eens spelen, die huilen alleen maar. Baby’s zijn stom, dat zegt Sara zelf,’ en Janus kon er niks aan doen, de trots die hij plotseling voelde gloeien, de opstandigheid in zijn zoons stem.

‘Ja, dat weet ik ook wel, jong. Maar dit is wat Sara’s vader en moeder hebben besloten. Haar vader kwam het me gisteren vertellen. Dat jullie dus niet meer met elkaar mogen spelen. Sara gaat binnenkort ook naar een andere school, begreep ik…’

‘Nou èn! Dan kunnen we nog steeds wel spelen! Of mag ze niet meer met jongens spelen?’ en daar, het begrip dat ineens begon te schemeren.

Janus begon langzaam te knikken. ‘Ik denk dat dat wel een beetje meespeelt,’ want waarom zou hij daarover liegen, tegen zijn eigen zoon? ‘Maar haar vader heeft daar niks over gezegd, hoor. Dat niet…’ Acht jaar nog maar, en Janus keek verwonderd naar het jongetje dat inmiddels overeind was gekomen, zijn zoon, zo spichtig, maar voor het eerst zag hij ook de man die hij worden zou, een man met wie niet te spotten viel. Hij voelde ineens een enorme behoefte om hem even tegen zich aan te drukken, maar hij deed niets – hij zou er alleen maar van schrikken.

‘Nou, ik vind het echt, écht heel stom, als je dat maar weet! Ze is mijn beste vriendin! Met wie moet ik dan spelen, hè? En Saar? Zeker met die meisjes die naast haar wonen, nou, dat vindt ze echt niet leuk. Allemaal bange muisjes, dat zegt ze zelf!’

‘Jongen, jongen, dat weet ik toch ook allemaal niet,’ en verdomme, Marietje, kijk nou eens, kijk nou toch! terwijl hij Janneman nog maar eens door z’n haar streek en deed of hij diens tranen niet zag. 

‘Het spijt me, jong,’ zei hij zachtjes, en bij God, het speet hem echt. Naast hem haalde Janneman zijn neus op en zijn stem klonk iel toen hij vroeg wat er zou gebeuren als hij haar morgenmiddag toch op zou halen – ze waren bezig met een vlot, verrekte mooi, en morgen zouden ze ermee verder, dat hadden ze vanmiddag afgesproken.

Maar Janus schudde resoluut zijn hoofd en hij dacht even aan Klaas die hem hier al voor gewaarschuwd had – er zit wel een kop op die jongen van jou, had hij gezegd en hij had z’n broer gelijk moeten geven, maar je kon altijd hopen dat het een keertje mee zou vallen, dat je niet hoefde te zeggen was hij nu ging zeggen. 

‘Nou, Janneman, doe dat maar niet.’ Laat het genoeg zijn.

‘Hoezo niet?’ Maar het was niet genoeg. 

Janus slaakte een diepe zucht en keek Janneman doordringend aan. ‘Omdat ik voor Sara’s familie werk, daarom. En als haar vader merkt dat jullie toch… nou ja, je begrijpt toch wel wat er dan kan gebeuren?’

Janneman schudde driftig van nee.

‘Verdomme, jongen, dat begrijp je heus wel!’ En hij voelde best dat zijn boosheid geen boosheid was en niets met Janneman had uit te staan, maar het lukte hem niet en omdat het hem niet lukte, klonk hij zelfs nog bozer toen hij zei wat hij niet had willen zeggen. ‘Het is verdomde eenvoudig,’ begon hij, ‘als jij niet luistert, Janneman, raak ik mijn werk kwijt en dan raken we ook dit huis kwijt. Dan moet ik naar de bedeling en dan zit er niks anders op dan dat we bij ome Klaas gaan wonen. Begrijp je dat?’

‘Dat zou pas echt stom zijn! En ook niet eerlijk!’ Janus kon de radertjes in Jannemans hoofd bijna zien draaien.

‘Dat is het ook niet, nee. Maar soms werkt het zo, ik kan er ook niks aan doen,’ en Janneman knikte alleen maar, alsof hij dat allang wist – en misschien was dat ook wel zo.

‘Papa?’ vroeg Janneman nadat hij onder de dekens was gekropen en alleen zijn hoofd nog zichtbaar was, en zelfs dat maar voor de helft, ‘gedag zeggen, mag dat wel, denk je?’ 

Janus’ hart brak toen hij zich voorover boog om een kus op Jannemans voorhoofd te drukken. ‘Ik zal het vragen, goed? Morgen. Ga nu maar slapen, kleine.’

Het was een bedremmeld ‘goed’ dat vanonder de dekens klonk en tegen de zoldering te pletter sloeg, een ‘goed’ dat ook wel beter wist. Janus klopte nog even op waar hij een knie van Janneman vermoedde en liep toen langzaam naar beneden, waar hij zich uitgeput in zijn rookstoel liet vallen. Even later stond hij weer op en schonk zichzelf een flinke slok jenever in, iets wat hij maar zelden deed als hij de volgende ochtend weer moest werken. Hij nam een grote slok, gruwde er luidruchtig van en sloeg daarna het hele glas achterover. Ontiegelijk smerig vond hij het, veel te scherp, alsof je pure spiritus naar binnen goot. Bier was lekkerder, maar dat had hij nooit in huis en bovendien: er waren omstandigheden waarbij je aan bier niet genoeg had. Hij schonk het glas nog een keer vol en toen hij ook dat achterover had geslagen, voelde hij hoe de alcohol zijn werk begon te doen. Hier heb ik morgen spijt van, dacht hij nog, maar daarna nam een aangename nevel het over en dankbaar liet hij zijn hoofd erin wegzakken.


Sterrenstof
Getagd op: